Met koymak plaats je een voorwerp ergens of voeg je een ingrediënt toe. Het Turks gebruikt hetzelfde werkwoord waar het Nederlands bijvoorbeeld zetten, leggen of doen kiest.

Het idee

De stam koy- blijft staan in koyuyorum, koydum, koyacağım en koyarım. Een bepaald voorwerp krijgt de accusatief, zoals kitabı, en de bestemming de datief, zoals rafa: Kitabı rafa koyuyorum. Bij een onbepaalde hoeveelheid blijft tuz zonder accusatiefuitgang: Çorbaya biraz tuz koyar mısın? Het vragende deel mısın schrijf je los. De tabel geeft meervoudsvormen voor onlar; bij een expliciet genoemd meervoudig onderwerp dat mensen aanduidt, kan het werkwoord ook enkelvoudig zijn.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordige tijd (bezig)Verleden tijdToekomende tijdGewoonte (aoristus)Ontkennende tegenwoordige tijd
benkoyuyorumkoydumkoyacağımkoyarımkoymuyorum
senkoyuyorsunkoydunkoyacaksınkoyarsınkoymuyorsun
okoyuyorkoydukoyacakkoyarkoymuyor
bizkoyuyoruzkoydukkoyacağızkoyarızkoymuyoruz
sizkoyuyorsunuzkoydunuzkoyacaksınızkoyarsınızkoymuyorsunuz
onlarkoyuyorlarkoydularkoyacaklarkoyarlarkoymuyorlar

Voorbeelden

  • Kitabı rafa koyuyorum.Ik zet het boek op de plank.
  • Bardağı tepsiye koydum.Ik heb het glas op het dienblad gezet.
  • Anahtarı çekmeceye koyacağız.We zullen de sleutel in de lade leggen.
  • Çorbaya biraz tuz koyar mısın?Kun je een beetje zout in de soep doen?
  • Sıcak tencereyi buraya koyma.Zet de hete pan niet hier neer.
  • Her akşam telefonumu bu kutuya koyarım.Elke avond leg ik mijn telefoon in deze doos.
  • Yarın salona küçük bir masa koyacağım.Morgen zet ik een kleine tafel in de woonkamer.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Een boek op de plank leggen is rafa koymak, niet rafta koymak: rafta geeft een locatie aan en hier geen bestemming. De aoristus voor een gewoonte is koyarım, niet koyurum. Maak onderscheid met koyuyorum voor een handeling die bezig is.

Probeer het zelf

  1. Vul de vorm van koymak voor een handeling die nu bezig is in: ik zet het boek nu op de plank.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    koyuyorum

    koyuyorum: de opdracht vraagt om een handeling die nu bezig is. De geronde o leidt tot -uyor; -um duidt de spreker aan. De y hoort al bij de stam.

  2. Vul de juiste vorm van tepsi (dienblad) in: ik heb het glas op het dienblad gezet.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    tepsiye

    tepsiye: het dienblad is de bestemming van het glas. De laatste i vraagt om -e, met y tussen de klinkers. tepside zou de locatie op het dienblad beschrijven.

  3. Gebruik de toekomende tijd van koymak: morgen zal ik een tafel in de woonkamer zetten.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    koyacağım

    koyacağım: voor de gevraagde toekomst gebruik je -acak. De k wordt ğ vóór de klinker van de uitgang voor de eerste persoon, dus -acağım.

  4. Gebruik de aoristus van koymak voor een gewoonte: elke avond leg ik de sleutel op dezelfde plek.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    koyarım

    koyarım: de oefening vraagt om de aoristus voor een gewoonte. Dit werkwoord krijgt -ar en daarna -ım voor de eerste persoon; de handeling herhaalt zich elke avond.

Gebruik het vandaag

Kies drie voorwerpen. Vertel waar je het eerste nu neerzet, waar je het tweede gisteren hebt neergelegd en waar je het derde morgen zult zetten. Voeg een gewoonte met koyarım toe. Ga daarna naar kullanmak om te vertellen hoe je een voorwerp gebruikt.