Je leert tien veelvoorkomende dieren en zegt welke huisdieren je wel of niet hebt, met het achtervoegsel voor „mijn” plus var en yok.

Het idee

Turks zegt „ik heb” in twee stukken: het achtervoegsel voor „mijn” op de diernaam en var (of yok): Kedim var, Köpeğim yok. Het achtervoegsel is -m na een klinker (kedi → kedim, kuzu → kuzum) en -ım/-im/-um/-üm na een medeklinker, volgens de laatste klinker: kuşum, atım, koyunum, tavşanım. Woorden van twee of meer lettergrepen op k maken van die k een ğ voor dit achtervoegsel: köpek → köpeğim, balık → balığım, tavuk → tavuğum, inek → ineğim.

Patronen vergelijken
DierMet achtervoegsel „mijn”Betekenis
kedikedimkat
köpekköpeğimhond
kuşkuşumvogel
balıkbalığımvis
tavuktavuğumkip
inekineğimkoe
atatımpaard
tavşantavşanımkonijn

Voorbeelden

  • Evde bir köpeğim var.Ik heb thuis een hond.De k van köpek wordt ğ voor de klinker van -im: köpeğim. Het achtervoegsel en var betekenen samen „ik heb”.
  • Kuşum pencerede ötüyor.Mijn vogel fluit bij het raam.
  • Çiftlikte beş inek var.Op de boerderij staan vijf koeien.Na beş blijft het dier enkelvoud: beş inek, niet beş inekler. Pas het bezitsachtervoegsel brengt de ğ: ineğim.
  • Kedin var mı?Heb je een kat?Het achtervoegsel -n betekent na een klinker „jouw”: kedin. Het vraagwoordje mı schrijf je los.
  • Hayır, kedim yok ama balığım var.Nee, ik heb geen kat, maar wel een vis.
  • Koyunlar çayırda otluyor.De schapen grazen in de wei.
  • köpeklerimizonze hondenköpeklerHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsimiz-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzeVoor de l van -ler blijft de k staan: köpekler, köpeklerimiz. Alleen voor een klinker wordt het ğ.
  • tavuklarımmijn kippentavuklarHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsım-im / -ım / -um / -üm / -m: mijn

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Leerders schrijven köpekim en balıkım; dat lijkt regelmatig maar is fout: köpeğim, balığım. Woorden van één lettergreep worden niet zacht, dus atım en niet adım (dat is „mijn naam”). Zoek ook geen werkwoord „hebben”: de zin is de diernaam met achtervoegsel plus var.

Probeer het zelf

  1. Voeg het achtervoegsel voor „mijn” toe aan köpek (hond): mijn hond.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    köpeğim

    köpeğim: köpek heeft twee lettergrepen en eindigt op k, het achtervoegsel begint met een klinker, dus k wordt ğ; de laatste klinker e geeft -im.

  2. Voeg het achtervoegsel voor „mijn” toe aan balık (vis): mijn vis.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    balığım

    balığım: dezelfde verzachting van k naar ğ, en de laatste klinker ı geeft -ım.

  3. Voeg het achtervoegsel voor „mijn” toe aan kedi (kat): mijn kat.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kedim

    kedim: kedi eindigt op een klinker, dus het achtervoegsel is gewoon -m en verder verandert er niets.

  4. Voeg het achtervoegsel voor „mijn” toe aan at (paard): mijn paard.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    atım

    atım: at heeft één lettergreep, dus de t blijft, en de achterklinker a geeft -ım.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over dieren die je wel of niet hebt, met var of yok. Controleer bij elk dier op k of het volgende achtervoegsel met een klinker begint.