Je leert sporten en vrijetijdsbezigheden benoemen en bij elk het juiste werkwoord kiezen: oynamak, yapmak of een eigen werkwoord.

Het idee

Spellen met een bal, een bord of regels gaan met oynamak (spelen): futbol oynamak, basketbol oynamak, tenis oynamak, satranç oynamak. Oefeningen en handwerk gaan met yapmak (doen, maken): spor yapmak, yoga yapmak, resim yapmak. Sommige activiteiten zijn zelf werkwoorden: yüzmek (zwemmen), koşmak (rennen). Fietsen vraagt de datief: bisiklete binmek. Naar hobby's vraag je met Hobin ne?; één antwoord is Hobim resim yapmak.

Patronen vergelijken
WoordBetekenisWerkwoord
futbolvoetbaloynamak
basketbolbasketbaloynamak
tenistennisoynamak
satrançschakenoynamak
yogayogayapmak
sporsport, bewegingyapmak
resimtekenen, schilderenyapmak
bisikletfietsbinmek
yüzmezwemmenyüzmek
müzikmuziekdinlemek

Voorbeelden

  • Hafta sonu basketbol oynuyoruz.In het weekend basketballen we.
  • Annem sabahları yoga yapıyor.Mijn moeder doet 's ochtends yoga.Yoga doe je: yoga yapmak, net als spor yapmak. Oynamak gebruik je alleen voor spelletjes.
  • Kardeşim çok iyi satranç oynar.Mijn broer (of zus) schaakt heel goed.
  • Her sabah parkta koşuyorum.Elke ochtend ren ik in het park.Koşmak (rennen) en yüzmek (zwemmen) zijn zelf werkwoorden, dus ze hebben geen oynamak of yapmak nodig.
  • Yazın denizde yüzüyoruz.In de zomer zwemmen we in de zee.
  • Hobim resim yapmak.Mijn hobby is tekenen.
  • Akşamları bisiklete biniyorum.'s Avonds fiets ik.Binmek vraagt de datief: bisiklete biniyorum. De laatste t van bisiklet blijft een t voor de klinker.
  • Cumartesi günü maça gidiyoruz.Zaterdag gaan we naar een wedstrijd.Maça gitmek betekent naar een wedstrijd gaan: de datief -a komt achter maç, en de ç wordt in dit woord van één lettergreep niet zacht.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het Nederlandse werkwoord niet over. Futbol yapmak en satranç yapmak klinken fout, net als yoga oynamak: het werkwoord hoort bij de activiteit, dus leer het samen met het zelfstandig naamwoord. Ook bisiklet binmek is onvolledig, want binmek vraagt de datief: bisiklete binmek.

Probeer het zelf

  1. Ik schaak. Zet oynamak in de duurvorm van de tegenwoordige tijd, ik-vorm.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    oynuyorum

    oynuyorum: satranç is een spel met regels, dus het gaat met oynamak; de laatste a van oyna valt weg voor -yor en de klinker van het einde wordt u, daarna -um voor ik.

  2. Mijn moeder doet yoga. Zet yapmak in de duurvorm van de tegenwoordige tijd, derde persoon.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yapıyor

    yapıyor: yoga is een oefening, dus het gaat met yapmak; de stam yap heeft een achterklinker, dus -ıyor, en de derde persoon voegt niets toe.

  3. Wij zwemmen in de zee. Zet yüzmek in de duurvorm van de tegenwoordige tijd, wij-vorm.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yüzüyoruz

    yüzüyoruz: yüzmek is zelf een werkwoord; de voorklinker met ronding geeft -üyor, daarna -uz voor wij.

  4. 's Avonds fiets ik. Voeg het datiefachtervoegsel toe aan bisiklet.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bisiklete

    bisiklete: binmek vraagt de datief, en -e staat er omdat de laatste klinker van bisiklet een voorklinker is; de t aan het eind blijft.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over wat jij en mensen die je kent in hun vrije tijd doen, elk met het juiste werkwoord.