In de keuken, de lift of de rij voor de lunch helpt een kort antwoord met één detail om door te praten. Deze oorspronkelijke dialogen gaan over collega’s die elkaar al informeel aanspreken.

Het idee

Geef antwoord, voeg een detail toe en stel de vraag terug. Na je verhaal over het weekend betekent Seninki nasıldı? “Hoe was dat van jou?”: seninki vervangt senin hafta sonun. Bij iemand die je met siz aanspreekt, gebruik je Sizinki nasıldı?. Met değil mi? vraag je om instemming over het weer: Hava serin, değil mi?. Geef bij vertrek kort de reden en neem afscheid.

Lees de tekst

— Hafta sonun nasıl geçti? — Hafta sonum çok sakin geçti. Evde dinlendim. Seninki nasıldı? — Ben de evdeydim. Biraz kitap okudum.

— Bugün hava biraz serin, değil mi? — Evet, sabah montumu giydim.

— Yarın öğle arasında yürüyüşe çıkacağım. — İstersen birlikte yürüyebiliriz. — Olur. Şimdi toplantıya dönmem gerekiyor. Sonra görüşürüz.

Voorbeelden

  • Hafta sonum çok sakin geçti.Mijn weekend was heel rustig.
  • Bugün hava biraz serin.Het is vandaag een beetje fris.
  • Yarın öğle arasında yürüyüşe çıkacağım.Morgen ga ik in de lunchpauze wandelen.
  • Hafta sonun nasıl geçti?Hoe was je weekend?
  • Evde dinlendim. Seninki nasıldı?Ik heb thuis uitgerust. Hoe was dat van jou?
  • Ben de evdeydim.Ik was ook thuis.
  • Hava serin, değil mi?Het is fris, hè?
  • İstersen birlikte yürüyebiliriz.Als je wilt, kunnen we samen wandelen.
  • Şimdi toplantıya dönmem gerekiyor. Sonra görüşürüz.Ik moet nu terug naar de vergadering. Tot later.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Sen nasılsın? vraagt hoe het nu met de persoon gaat, niet hoe diens weekend was. Gebruik Seninki nasıldı? alleen als duidelijk is wat je met “dat van jou” bedoelt. Benoem een nieuw onderwerp expliciet: Hafta sonun nasıl geçti?

Probeer het zelf

  1. Vraag terug naar het weekend: “Dat van mij was rustig. Hoe was dat van jou?” Vul één woord in.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Seninki

    Seninki: het weekend is al genoemd, dus “dat van jou” kan “jouw weekend” vervangen. De verleden vorm nasıldı houdt de vraag bij dat afgelopen weekend.

  2. De tweede persoon was ook thuis. Voeg het losse woord voor “ook” toe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    de

    de: de tweede persoon was ook thuis. Dit losse woord betekent “ook”; het vastgeschreven -de in evdeydim geeft de plaats al aan.

  3. Vraag om instemming: “Het is fris, hè?” Vul het woord vóór mi in.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    değil

    değil: samen met het gegeven mi vraagt dit om bevestiging van de opmerking. Het maakt er geen mededeling van dat het niet fris is.

  4. Je moet terug naar de vergadering. Maak het afscheid “Tot later” af.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    görüşürüz

    görüşürüz: dit afscheid verwijst naar een latere ontmoeting en sluit het gesprek af. Görüşüyoruz zou een ontmoeting of gesprek in het heden beschrijven.

Gebruik het vandaag

Speel drie gesprekjes: over het weekend in de keuken, het weer in de lift en de plannen voor morgen in de lunchrij. Voeg een detail en een wedervraag toe. Sluit één gesprek af omdat je terug moet naar een vergadering.