Je leert onderscheid maken tussen een voorwerp achterlaten, een activiteit stoppen en een voornemen opgeven. Beide werkwoorden kunnen dezelfde gebeurtenis vanuit een andere invalshoek beschrijven.

Het idee

Bırakmak kan betekenen dat je iets ergens achterlaat of met een activiteit stopt: anahtarı masaya bırakmak, şeker yemeyi bırakmak. Vazgeçmek legt de nadruk op het opgeven van een plan, doel of poging: bu plandan vazgeçmek, bisiklet almaktan vazgeçmek. Het plan hoeft nog niet te zijn uitgevoerd. Vergelijk aramayı bırakmak (stoppen met zoeken) met aramaktan vazgeçmek (de zoektocht opgeven). Het eerste meldt het einde van de activiteit; het tweede benadrukt dat je de poging opgeeft. De betekenissen kunnen overlappen.

Patronen vergelijken
bırakmakvazgeçmek
aramayı bırakmakaramaktan vazgeçmek
çalışmayı bırakmakçalışmaktan vazgeçmek

Voorbeelden

  • Annem anahtarı masaya bıraktı.Mijn moeder heeft de sleutel op tafel gelegd.
  • Babam bu plandan vazgeçti.Mijn vader heeft dit plan opgegeven.
  • Ablam şeker yemeyi bıraktı.Mijn oudere zus is gestopt met snoepen.
  • Annem yeni bir bisiklet almaktan vazgeçti.Mijn moeder heeft ervan afgezien een nieuwe fiets te kopen.
  • Babam anahtarını aramayı bıraktı.Mijn vader is gestopt met zoeken naar zijn sleutel.
  • Babam anahtarını aramaktan vazgeçti.Mijn vader heeft de zoektocht naar zijn sleutel opgegeven.
  • Bu hedeften vazgeçmek istemiyorum.Ik wil dit doel niet opgeven.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vervang niet alleen het werkwoord: aramayı vazgeçmek is onjuist; gebruik aramaktan vazgeçmek. Je kunt ook een zoektocht opgeven die al bezig is. Vazgeçmek geldt dus niet alleen vóór het begin. Voor een sleutel die je op tafel laat liggen, gebruik je bırakmak.

Probeer het zelf

  1. Kies de infinitief: Ik wil de tas op de stoel laten liggen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bırakmak

    bırakmak: de tas moet op een concrete plek blijven. De stoel is de bestemming van de tas, geen doel dat wordt opgegeven.

  2. Kies de infinitief: Ik wil dit plan niet opgeven.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    vazgeçmek

    vazgeçmek: bu plandan noemt het plan dat iemand zou kunnen opgeven. Met istemiyorum zegt de spreker eraan te willen vasthouden.

  3. Kies de verleden tijd: Ik ben gisteravond gestopt met werken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bıraktım

    bıraktım: çalışmayı noemt het werk dat gisteravond werd beëindigd. Er staat niet dat de spreker voorgoed stopt met werken.

  4. Kies de verleden tijd: Ik heb nog geen kaartje gekocht. Ik heb van de reis afgezien.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    vazgeçtim

    vazgeçtim: yolculuğa çıkmaktan verwijst naar de voorgenomen reis. De spreker veranderde vóór de kaartjeskoop van gedachten; de reis hoefde nog niet begonnen te zijn.

Gebruik het vandaag

Schrijf één zin over een achtergelaten voorwerp en twee over het stoppen of opgeven van een activiteit. Leg het verschil in nadruk uit en bekijk de gekoppelde werkwoord- en achtervoegsellessen voor de vormen.