Bırakmak verbindt verschillende alledaagse situaties: iets ergens achterlaten, loslaten wat je vasthoudt en stoppen met een activiteit. Bekijk eerst de vormen en bepaal daarna de betekenis aan de hand van het voorwerp en de context.

Het idee

De stam bırak- behoudt zijn k: bırakıyorum, bırakırım. De verleden tijd is bıraktım. In bırakacağım verandert de laatste k van de toekomstuitgang in ğ, niet die van de stam. Een bepaald lijdend voorwerp krijgt de accusatief: ipi bırak. Een activiteit krijgt een werkwoordelijk zelfstandig naamwoord op -ma/-me plus de accusatief: ağlamayı bırakmak betekent stoppen met huilen. Kapıyı açık bırakmak is de deur open laten staan. Een verzoek luidt bırakır mısın?, met een los geschreven vraagpartikel. De tabel toont meervoudsvormen bij onlar; het werkwoord kan ook in het enkelvoud staan.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordige tijdVerleden tijdToekomstGewoonteOntkennende tegenwoordige tijd
benbırakıyorumbıraktımbırakacağımbırakırımbırakmıyorum
senbırakıyorsunbıraktınbırakacaksınbırakırsınbırakmıyorsun
obırakıyorbıraktıbırakacakbırakırbırakmıyor
bizbırakıyoruzbıraktıkbırakacağızbırakırızbırakmıyoruz
sizbırakıyorsunuzbıraktınızbırakacaksınızbırakırsınızbırakmıyorsunuz
onlarbırakıyorlarbıraktılarbırakacaklarbırakırlarbırakmıyorlar

Voorbeelden

  • Şemsiyemi kapıda bıraktım.Ik heb mijn paraplu bij de deur laten staan.
  • Bu kutuyu burada bırakıyoruz.We laten deze doos hier achter.
  • Yarın sana not bırakacağım.Ik zal morgen een briefje voor je achterlaten.
  • Her akşam telefonu salonda bırakırım.Elke avond laat ik de telefoon in de woonkamer liggen.
  • Lütfen ipi bırak, ben tutuyorum.Laat het touw alsjeblieft los, ik houd het vast.
  • Çocuk ağlamayı bıraktı.Het kind stopte met huilen.
  • Kapıyı açık bırakma.Laat de deur niet openstaan.
  • Anahtarı bana bırakır mısın?Kun je de sleutel bij mij achterlaten?

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik bırakmak niet voor elk vertrek. Evden çıktım zegt dat je het huis uit bent gegaan; evi bıraktım suggereert dat je het huis opgeeft of achterlaat. Iets ergens laten liggen betekent bovendien niet vanzelf dat je het bent vergeten: vergeten druk je uit met unutmak.

Probeer het zelf

  1. Vul de verleden tijd van bırakmak voor ben in: gisteren liet ik mijn paraplu bij de deur staan.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bıraktım

    bıraktım: dün plaatst de gebeurtenis gisteren en ben vraagt om de eerste persoon. Na de stemloze k begint de verleden-tijduitgang met t. De achterklinker geeft -tı, gevolgd door -m.

  2. Gebruik de toekomst van bırakmak voor ben: morgen laat ik een briefje voor je achter.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bırakacağım

    bırakacağım: het briefje wordt morgen achtergelaten en het onderwerp is “ik”. Daarom is -acağım nodig; bırakacak alleen zou de derde persoon zijn. De eerste k in de stam blijft staan.

  3. Het kind huilt niet meer. Maak van ağlamak het lijdend voorwerp bij bıraktı.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ağlamayı

    ağlamayı: het huilen is de activiteit die ophield. Voeg aan het werkwoordelijke naamwoord ağlama de accusatief -ı toe, met y tussen de klinkers. De onveranderde infinitief ağlamak past hier niet.

  4. Kies çıktım of bıraktım: ik ging alleen even naar buiten; ik ben niet verhuisd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çıktım

    çıktım: de spreker ging alleen naar buiten. Het huis is dus het vertrekpunt, aangegeven met -den. Bıraktım zou een achtergelaten voorwerp nodig hebben en drukt dit eenvoudige vertrek niet uit.

Gebruik het vandaag

Schrijf waar je een voorwerp hebt achtergelaten, vraag iemand iets los te laten en vertel met welke activiteit een kind is gestopt. Gebruik drie verschillende vormen en vergelijk daarna met atmak, gooien.