Je kunt zowel een persoon als een voorwerp vinden. Of je bulmak of buluşmak gebruikt, hangt af van wat er gebeurt, niet alleen van de vraag of het om een persoon gaat.

Het idee

Gebruik bulmak als je iets vindt of iemand weet te vinden: Seni buldum betekent “Ik heb je gevonden”. Met buluşmak komen mensen bij elkaar, vaak na een afspraak: Seninle buluştum betekent “Ik heb je ontmoet om samen iets te doen”. De andere persoon krijgt ile of de aangehechte vorm daarvan en is geen lijdend voorwerp. Met een bijvoeglijk naamwoord kan bulmak ook een oordeel uitdrukken: Bu planı mantıklı buluyorum betekent “Ik vind dit plan verstandig”. De gelinkte werkwoordlessen behandelen de vervoegingen.

Patronen vergelijken
WerkwoordVraag naar de persoon of het voorwerpVoorbeeld
bulmakNeyi? / Kimi?Cüzdanımı buldum. / Seni buldum.
buluşmakKiminle?Seninle buluştum.

Voorbeelden

  • Anahtarımı çekmecede buldum.Ik heb mijn sleutel in de la gevonden.
  • Dün komşularımla buluştum.Ik ben gisteren met mijn buren samengekomen.
  • Seni sonunda buldum.Ik heb je eindelijk gevonden.
  • Seninle yarın kütüphanede buluşacağım.Ik zal je morgen in de bibliotheek ontmoeten.
  • Toplantı için sessiz bir kafe bulduk.We hebben een rustig café voor de bijeenkomst gevonden.
  • Toplantıdan önce kafede buluştuk.We zijn vóór de vergadering in het café bij elkaar gekomen.
  • Bu çözümü oldukça pratik buluyorum.Ik vind deze oplossing behoorlijk praktisch.
  • Kalabalıkta kardeşimi hemen bulamadım.Ik kon mijn broer of zus niet meteen in de menigte vinden.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Behoud niet zomaar de voorwerpsvorm als je van werkwoord wisselt: Seni buluştum is onjuist; zeg Seninle buluştum. Maar Seni buldum past prima als je iemand in een menigte hebt gevonden. Vinden gaat dus niet alleen over verloren spullen.

Probeer het zelf

  1. Vul de optie in die bij de situatie past: Çantam kayıptı. Sonunda onu dolapta ___. (buldum / buluştum)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    buldum

    buldum: de tas was kwijt en is nu in de kast gevonden. Onu verwijst naar de tas als voorwerp, niet naar iemand met wie je afspreekt.

  2. Vul de optie in die bij de situatie past: Dün kardeşimle kahve içmek için ___. (buldum / buluştum)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    buluştum

    buluştum: samen koffie drinken is het doel van de ontmoeting met een broer of zus. Kardeşimle noemt de andere deelnemer al.

  3. Vul de optie in die bij de situatie past: Yarın ___ buluşacağım. (seni / seninle)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    seninle

    seninle: de aangesproken persoon neemt deel aan de ontmoeting, dus is “met jou” nodig. Seni zou die persoon tot lijdend voorwerp maken.

  4. Vul de optie in die bij de situatie past: Bu planı mantıklı ___. (buluyorum / buluşuyorum)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    buluyorum

    buluyorum: mantıklı geeft het oordeel over het plan. Niemand spreekt af met het plan; de spreker vindt het verstandig.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over dezelfde persoon: je vindt diegene in een menigte en spreekt daarna af voor koffie. Voeg een oordeel over het café toe met bulmak en een bijvoeglijk naamwoord.