Je leert een verblijf, een overgebleven hoeveelheid en het stoppen of stilstaan van elkaar te onderscheiden. Deze dagelijkse situaties helpen je kiezen tussen kalmak en durmak zonder op één Nederlandse vertaling te vertrouwen.

Het idee

Gebruik kalmak voor verblijf of achterblijven: otelde kalmak betekent in een hotel overnachten; biraz çorba kaldı zegt dat er wat soep over was. Durmak beschrijft het stoppen van een beweging of een stilstaande positie: Otobüs köşede durdu. Het kan ook aangeven waar een voorwerp is: Anahtarlar çekmecede duruyor. Ayakta durmak betekent uitdrukkelijk rechtop staan. Dit zijn gangbare toepassingen; de betekenissen kunnen elkaar overlappen.

Patronen vergelijken
kalmakdurmak
Bu gece otelde kalıyoruz.Otobüs köşede durdu.
Anahtarlar evde kaldı.Anahtarlar çekmecede duruyor.

Voorbeelden

  • Bu gece otelde kalıyoruz.We overnachten vannacht in een hotel.
  • Otobüs köşede durdu.De bus stopte op de hoek.
  • Anahtarlar çekmecede duruyor.De sleutels liggen in de la.
  • Misafirler iki gece bizde kaldı.De gasten bleven twee nachten bij ons.
  • Yemekten sonra biraz çorba kaldı.Na het eten was er wat soep over.
  • Çocuk kapıda ayakta duruyor.Het kind staat bij de deur.
  • Anahtarlar evde kaldı.De sleutels zijn thuis achtergebleven.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Kies niet alleen op basis van een lang verblijf of een korte stop: beide werkwoorden kunnen een tijdsduur krijgen. Durmak betekent ook niet altijd rechtop staan. Vergelijk Anahtarlar çekmecede duruyor (de plaats van de sleutels) met Anahtarlar evde kaldı (ze zijn thuis achtergebleven). De tweede zin vertelt meer dan alleen waar ze liggen.

Probeer het zelf

  1. Kies de vorm voor een overnachting gisteren in een klein hotel: kaldık of durduk.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kaldık

    kaldık: Het gaat om een overnachting. Durduk zou een stop op die plek beschrijven, zonder op zichzelf te zeggen dat we er de nacht doorbrachten.

  2. De bus kwam bij een rood verkeerslicht tot stilstand. Kies kaldı of durdu.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    durdu

    durdu: Het rode licht bracht een rijdende bus tot stilstand. Kaldı zou eerder betekenen dat de bus daar bleef of werd achtergelaten.

  3. Iedereen heeft soep gegeten; er bleef wat in de pan over. Kies kaldı of durdu.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kaldı

    kaldı: Na de maaltijd was er nog soep. Het gaat om een resterende hoeveelheid, niet om een beweging die stopt.

  4. Beschrijf de huidige lichaamshouding van het kind: het staat bij de deur. Kies kalıyor of duruyor.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    duruyor

    duruyor: De opdracht vraagt naar de huidige staande houding van het kind. Ayakta kalıyor zou benadrukken dat het op de been blijft.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over sleutels: waar ze nu liggen en waar ze zijn achtergebleven. Voeg een hotelverblijf en een stoppend voertuig toe. Leg elke keuze uit en oefen de vormen op de gekoppelde werkwoordpagina’s.