Je zegt bij de dokter wat pijn doet en wat je hebt, en begrijpt de vraag naar je klachten.

Het idee

Noem het lichaamsdeel met het achtervoegsel voor „mijn” (-ım/-im/-um/-üm) en voeg ağrıyor toe: Başım ağrıyor, Dişim ağrıyor, Gözüm ağrıyor. De klinker van het achtervoegsel volgt de klinkerharmonie. Bij een klacht zonder pijnplek gebruik je var: Ateşim var, Öksürüğüm var. De dokter vraagt vaak Neyiniz var?

Patronen vergelijken
WoordMet „mijn”Zin
başbaşımBaşım ağrıyor.
dişdişimDişim ağrıyor.
gözgözümGözüm ağrıyor.
kolkolumKolum ağrıyor.
karınkarnımKarnım ağrıyor.
boğazboğazımBoğazım ağrıyor.
ayakayağımAyağım ağrıyor.
öksürüköksürüğümÖksürüğüm var.

Lees de tekst

Doktor: Buyurun, anlatın lütfen.

Hasta: Üç gündür öksürüyorum ve boğazım ağrıyor.

Doktor: Ateşiniz var mı?

Hasta: Evet, biraz ateşim var.

Doktor: Bu ilacı günde iki kez için. Bir hafta sonra tekrar gelin.

Voorbeelden

  • Sabahtan beri başım ağrıyor.Sinds vanochtend doet mijn hoofd pijn.
  • Dün geceden beri karnım ağrıyor.Sinds gisteravond doet mijn buik pijn.
  • Boğazım ağrıyor ve ateşim var.Mijn keel doet pijn en ik heb koorts.
  • Doktora gitmem lazım.Ik moet naar de dokter.Gitmem lazım leer je hier als vaste zin voor „ik moet gaan”; de opbouw wordt uitgelegd in de les over gerek en lazım.
  • Neyiniz var?Wat scheelt er?
  • Öksürüğüm var.Ik heb een hoest.De laatste k van öksürük wordt ğ voor de klinker van het achtervoegsel: öksürüğüm.
  • İlacı günde üç kez için.Neem het medicijn drie keer per dag.
  • dişimmijn tanddişim-im / -ım / -um / -üm / -m: mijn
  • Sol dizim ağrıyor.Mijn linkerknie doet pijn.Dizim is het onderwerp: de knie doet pijn. De persoon zit alleen in het achtervoegsel -im, dus er staat geen ben.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Het lichaamsdeel is het onderwerp, niet jij: Başım ağrıyor, niet Ben ağrıyorum. Alleen Baş ağrıyor zegt niet wiens hoofd het is. Woorden als öksürük verzachten hun laatste medeklinker: öksürüğüm, niet öksürükim.

Probeer het zelf

  1. Voeg „mijn” toe aan baş (hoofd): mijn hoofd doet pijn.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    başım

    başım: de laatste klinker van baş is a, achter en ongerond, dus het achtervoegsel krijgt ı.

  2. Voeg „mijn” toe aan diş (tand): mijn tand doet pijn.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dişim

    dişim: de laatste klinker i is voor en ongerond, dus -im.

  3. Voeg „mijn” toe aan göz (oog): mijn oog doet pijn.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gözüm

    gözüm: ö is voor en gerond, daarom krijgt het achtervoegsel ü: -üm.

  4. Ik heb een hoest. Voeg „mijn” toe aan öksürük (hoest) en let op de laatste medeklinker.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    öksürüğüm

    öksürüğüm: voor het achtervoegsel wordt k tot ğ, en de laatste ü vraagt om -üm.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over wat pijn doet of wat je hebt als je verkouden bent. Controleer van elk woord de laatste klinker.