Met ver-, dur-, yaz- en kal- geef je aan hoe een handeling verloopt. Deze hulpwerkwoorden behouden daarbij niet altijd hun gewone betekenis van geven, stoppen, schrijven en blijven.

Het idee

Het eerste werkwoord noemt de handeling; het hulpwerkwoord voegt een nuance toe. Açıverdi stelt het openen voor als snel of gemakkelijk; duruverdi kan het plotselinge benadrukken. Met taşıyıver presenteer je het dragen als een kleine gunst, passend bij iemand die je goed kent. Okuyadur betekent lees verder, vaak terwijl iets anders gebeurt. Düşeyazdı betekent viel bijna, zonder echte val; dit gebruik van yaz- is in dagelijkse gesprekken vrij zeldzaam. Bakakaldı beschrijft hoe iemand blijft staren, vaak van verbazing; uyuyakaldı betekent dommelde in. Schrijf deze combinaties als één woord, met tijd en persoon achteraan: çözüverdi. De verbindingsklinker volgt de klinkerharmonie, maar het hulpwerkwoord behoudt zijn klinkers: açıverdi, niet açıvardı.

Voorbeelden

  • Annem kapıyı açıverdi.Mijn moeder deed de deur in een oogwenk open.
  • Çocuk resme bakakaldı.Het kind bleef als verstijfd naar het plaatje kijken.
  • Yolcu merdivende düşeyazdı.De passagier viel bijna op de trap.
  • Sen okuyadur, ben çayı hazırlayayım.Lees jij maar verder, dan zet ik de thee.
  • Kedi koltukta uyuyakaldı.De kat dommelde in op de fauteuil.
  • Ablam soruyu çözüverdi.Mijn oudere zus loste de opgave in een oogwenk op.
  • Şu kutuyu taşıyıver.Draag die doos even, wil je?
  • Otobüs tam önümde duruverdi.De bus stopte plotseling vlak voor me.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vertaal niet elke combinatie met “bijna”. Bij uyuyakaldı is de slaap echt begonnen; bij düşeyazdı vond de val niet plaats. Okuyadur betekent ook niet stop met lezen: dur- drukt hier voortzetting uit.

Probeer het zelf

  1. Vraag iemand de doos even te dragen als kleine gunst. Kies een van de twee vormen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    taşıyıver

    taşıyıver: de spreker vraagt nu om één kleine gunst. Taşıyadur zou de ander vragen door te gaan met dragen.

  2. Vraag de ander door te lezen terwijl jij thee zet. Kies één vorm.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    okuyadur

    okuyadur: het lezen is al bezig en moet doorgaan tijdens het theezetten. Okuyuver zou het lezen als snel of gemakkelijk voorstellen.

  3. De passagier viel bijna, maar bleef overeind. Kies de vorm die dat weergeeft.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    düşeyazdı

    düşeyazdı: de passagier bleef overeind. Düşüverdi zou een plotselinge val beschrijven die echt gebeurde.

  4. Het kind keek echt naar het plaatje en stond verstijfd van verbazing. Kies de vorm voor die toestand.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bakakaldı

    bakakaldı: het kind kijkt al en blijft naar het plaatje staren. Bakayazdı zou slechts bijna kijken suggereren en past niet bij de situatie.

Gebruik het vandaag

Schrijf een klein verzoek, een aansporing om door te gaan en een zin over een bijna-val. Leg daarna uit of het kijken bij bakakaldı echt plaatsvond.