Je voegt twee uitspraken over dezelfde persoon samen zonder de uitgangen voor tijd en persoon te herhalen. Hier oefen je de zinsbouw; de gekoppelde les over het achtervoegsel behandelt de spellingvarianten.

Het idee

In het patroon van deze les verbindt -ip handelingen van hetzelfde onderwerp, vaak in volgorde. Vervang bij het eerste werkwoord de uitgangen voor tijd en persoon door de verbindende vorm. Het laatste werkwoord blijft vervoegd: Elif çantasını aldı ve çıktı. wordt Elif çantasını alıp çıktı. De eerste handeling hoeft niet in het verleden te liggen: in Sen okuyup anlayacaksın moeten zowel het lezen als het begrijpen nog gebeuren. Het laatste werkwoord kan ook een bevel zijn. De verbinding betekent ‘en’ of ‘en dan’, zonder zelf een lange pauze tussen de handelingen aan te geven.

Patronen vergelijken
Losse uitsprakenVerbonden handelingen
Zili çaldım. Bekledim.Zili çalıp bekledim.
Çorbayı ısıtacağız. İçeceğiz.Çorbayı ısıtıp içeceğiz.
Pencereyi açın. Odayı havalandırın.Pencereyi açıp odayı havalandırın.

Voorbeelden

  • Ben durup düşündüm.Ik stond even stil en dacht na.
  • Biz oturup konuştuk.We gingen zitten en praatten.
  • Sen okuyup anlayacaksın.Je zult lezen en begrijpen.
  • Elif çantasını alıp çıktı.Elif pakte haar tas en ging naar buiten.
  • Yarın pazara gidip sebze alacağız.Morgen gaan we naar de markt en kopen we groenten.
  • Sarı zarfı açıp mektubu okuyun.Open de gele envelop en lees de brief.
  • Elif gülüp el salladı.Elif lachte en zwaaide.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zie -ip niet als een uitgang voor de verleden tijd omdat één handeling eerst komt. Controleer ook wie handelt: in Kapıyı açıp içeri girdim opent de spreker de deur en gaat zelf naar binnen. Als Elif naar binnen gaat, behoud dan twee deelzinnen met ve.

Probeer het zelf

  1. Kies de verbindende vorm: we stopten en dachten na. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    durup

    durup: dezelfde groep stopte en dacht na. Düşündük geeft al ‘wij’ en de verleden tijd aan; het eerste werkwoord krijgt daarom de verbindende vorm.

  2. Behoud het toekomstplan: morgen zullen we de tekst lezen en bespreken. Kies het laatste werkwoord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    tartışacağız

    tartışacağız: de oorspronkelijke zin beschrijft het plan voor morgen. Deze toekomstige vorm behoudt ‘we zullen bespreken’; okuyup maakt het lezen niet tot iets uit het verleden.

  3. Elif pakte haar tas en ging naar buiten. Kies de vorm die haar twee handelingen verbindt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    alıp

    alıp: Elif pakt haar tas en gaat naar buiten. De tas blijft het voorwerp van de eerste handeling, terwijl çıktı de verleden tijd aangeeft. Met aldı zouden er twee vervoegde werkwoorden zonder verbindingswoord staan.

  4. De spreker opende de deur; Elif kwam binnen. Kies het verbindingswoord dat beide onderwerpen behoudt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ve

    ve: de spreker opent de deur, maar Elif komt binnen. Door açtım en girdi als afzonderlijke vervoegde werkwoorden te behouden, blijven de twee handelende personen duidelijk.

Gebruik het vandaag

Beschrijf in één verbonden zin twee dingen die je morgen gaat doen en zet de zin daarna in de verleden tijd. Verbind vervolgens met ve twee handelingen van verschillende personen.