Je zegt dat je iets moet of nodig hebt te doen, kiest tussen gerek, lazım en zorunda en zet de persoonsuitgang op de juiste plek.

Het idee

Om te zeggen dat je iets moet doen, maak je van het werkwoord met -me/-ma een zelfstandig naamwoord, voeg je een bezitsuitgang voor de persoon toe en zet je gerek of lazım erachter. Die twee woorden veranderen nooit: kalkmam gerek, gitmen lazım, gitmesi gerek. zorunda werkt anders: het werkwoord blijft een infinitief en de persoon komt op zorunda: gitmek zorundayım. Om te zeggen dat het niet hoeft, zet je de naamwoordvorm in de datief en voeg je gerek yok toe: gitmene gerek yok. zorunda değilim betekent ‘ik hoef niet’.

Patronen vergelijken
Persoongerek / lazımzorunda
bengitmem gerekgitmek zorundayım
sengitmen gerekgitmek zorundasın
ogitmesi gerekgitmek zorunda
bizgitmemiz gerekgitmek zorundayız
sizgitmeniz gerekgitmek zorundasınız
onlargitmeleri gerekgitmek zorundalar

Voorbeelden

  • Yarın erken kalkmam gerek.Ik moet morgen vroeg opstaan.Het werkwoord wordt met -ma een zelfstandig naamwoord en -m geeft de persoon aan: kalkmam, ‘mijn opstaan’. Het woord gerek verandert nooit.
  • Doktora gitmen lazım.Je moet naar de dokter gaan.
  • Akşama kadar çalışmak zorundayız.We moeten tot de avond werken.Bij zorunda blijft het werkwoord een infinitief (çalışmak) en komt de persoon op zorunda: zorunda-yız.
  • Bugün ders çalışmak zorunda değilim.Ik hoef vandaag niet te studeren.
  • Acele etmene gerek yok.Je hoeft je niet te haasten.De ontkenning is gerek yok. De persoon staat in de datief op het werkwoordelijk zelfstandig naamwoord: etme-n-e, ‘voor je haast’.
  • Çocukların bu akşam erken yatması gerek.De kinderen moeten vanavond vroeg naar bed.Een zelfstandig naamwoord als onderwerp staat in de genitief (çocukların) en het werkwoordelijk zelfstandig naamwoord krijgt het einde van de derde persoon: yatması.
  • gitmemizdat wij gaangitme-me / -ma: werkwoordelijke naamwoordenmiz-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onze
  • Artık gitmemiz gerek.We moeten nu gaan.
  • Bu raporu bugün bitirmem gerekiyor.Ik moet dit rapport vandaag afmaken.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem de uitgang van het ene patroon niet mee naar het andere. Gitmem zorundayım is fout: bij zorunda blijft het werkwoord gitmek en komt de uitgang op zorunda, terwijl de uitgang bij gerek en lazım op het werkwoord komt (gitmem gerek). En gerek zelf krijgt nooit een persoonsuitgang.

Probeer het zelf

  1. Vul het einde in: ik moet vanavond vroeg naar bed.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yatmam

    yatmam: yat- heeft de achterklinker a, dus het achtervoegsel is -ma en niet -me; -m zegt dat ík naar bed moet, en gerek blijft ongewijzigd.

  2. Vul het einde in: je moet deze brief versturen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    göndermen

    göndermen: göndermek heeft de voorklinker e, dus het achtervoegsel is -me, en -n voor ‘je’ komt er direct achter, zonder verbindingsletter na de klinker.

  3. Maak de zin af: we moeten dit weekend werken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zorundayız

    zorundayız: zorunda eindigt op een klinker, dus komt er een verbindende y voor -ız (‘wij’), en de infinitief çalışmak ervoor verandert niet.

  4. Vul het einde in: je hoeft vandaag niet te komen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gelmene

    gelmene: gelme plus -n (‘je’) plus de datief -e; de datief zorgt ervoor dat gerek yok ‘jij hoeft niet’ betekent.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over je week: twee met gerek of lazım, één met zorunda en één over iets wat je niet hoeft te doen.