Met değil en de juiste persoonsuitgang zeg je dat iemand geen leraar is, niet moe is of niet thuis is.

Het idee

Değil ontkent een zelfstandig naamwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een plaatsbepaling en staat erachter: Bu çanta pahalı değil. Het draagt zelf de persoonsuitgang, en omdat de klinker i is, veranderen de vier uitgangen nooit van vorm: değilim, değilsin, değiliz, değilsiniz. In de derde persoon blijft het kaal: O hazır değil.

Patronen vergelijken
PersoonMet değilVoorbeeld
bendeğilimBen hazır değilim.
sendeğilsinSen hazır değilsin.
odeğilO hazır değil.
bizdeğilizBiz hazır değiliz.
sizdeğilsinizSiz hazır değilsiniz.
onlardeğil / değillerOnlar hazır değil.

Voorbeelden

  • Ben öğretmen değilim.Ik ben geen leraar.De uitgang staat aan değil, niet aan het naamwoord: öğretmen değilim. Het voornaamwoord ben mag wegvallen: Öğretmen değilim.
  • Biz bugün evde değiliz.Wij zijn vandaag niet thuis.
  • Sen yorgun değilsin.Jij bent niet moe.
  • Bu çanta pahalı değil.Deze tas is niet duur.
  • Bu benim kitabım değil.Dit is niet mijn boek.Het bezitsachtervoegsel -ım blijft aan het naamwoord en kitap wordt zacht: kitab-. De derde persoon heeft geen uitgang, dus değil staat kaal.
  • Onlar doktor değil.Zij zijn geen artsen.In de derde persoon meervoud is değil alleen normaal. Değiller kan ook, vooral bij personen: Onlar doktor değiller.
  • Bu kahve sıcak değil, soğuk.Deze koffie is niet warm, maar koud.
  • değilimik ben nietdeğilim-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
  • değilizwij zijn nietdeğiliz-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Laat de uitgang niet op het naamwoord staan: Öğretmenim değil betekent niet ‘ik ben geen leraar’, maar ‘hij is niet mijn leraar’. Zeg Öğretmen değilim. Een werkwoord ontken je niet met değil, maar in het werkwoord zelf met -me/-ma: gelmiyorum.

Probeer het zelf

  1. Voeg değil toe met de juiste uitgang: Ik ben geen leerling.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    değilim

    değilim: het onderwerp is ben, dus değil krijgt -im.

  2. Voeg değil toe met de juiste uitgang: Wij zijn niet moe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    değiliz

    değiliz: biz vraagt om -iz, en de klinker van değil is i, dus de uitgang houdt zijn i-vorm.

  3. Voeg değil toe met de juiste uitgang: Jullie zijn niet klaar.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    değilsiniz

    değilsiniz: siz krijgt -siniz, weer met i na değil.

  4. Voeg değil toe met de juiste uitgang: Ayşe is niet thuis.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    değil

    değil: in de derde persoon enkelvoud wordt niets toegevoegd, dus Ayşe evde değil is compleet.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over wat vandaag niet op jou van toepassing is, zoals niet moe of niet thuis. Controleer of elke değil zijn eigen uitgang draagt.