Je zegt wat er gebeurd is met de verledentijdsuitgang en kiest de persoonsuitgang voor ben, sen, o, biz, siz en onlar.

Het idee

Het Turks meldt iets wat voorbij is met -di op de kale werkwoordsstam, gevolgd door een persoonsuitgang: gel-di-m, yap-tı-n, kal-dı-k. De volgorde is altijd stam, -di, persoon. Gebruik het voor iets wat afgelopen is, meestal met een tijdwoord als dün (gisteren), geçen hafta (vorige week) of az önce (zonet). In de derde persoon enkelvoud is er geen persoonsuitgang: Ali geldi. Welke van de acht vormen van -di je schrijft, hangt af van de klinkerharmonie en de laatste klank van de stam.

Patronen vergelijken
VoornaamwoordUitganggel-yap-
ben-mgeldimyaptım
sen-ngeldinyaptın
o—geldiyaptı
biz-kgeldikyaptık
siz-niz, -nız, -nuz, -nüzgeldinizyaptınız
onlar-ler, -largeldileryaptılar

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De persoon staat op het werkwoord, dus de kale vorm past niet bij elk onderwerp: Ben geldi is fout, het moet Ben geldim zijn of gewoon Geldim, en bij biz hoort -k: geldik, niet geldim. Er is geen aparte vorm voor „net”: Az önce geldim betekent zowel „ik kwam zonet” als „ik ben net gekomen”.

Probeer het zelf

  1. Schrijf de verleden tijd: Ik ben gisteren naar school gegaan. (git- = gaan)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gittim

    gittim: de stam git- eindigt op de stemloze klank t, dus -ti, en -m staat voor ben; de t staat dubbel en de stam wordt niet zacht zoals in gidiyorum.

  2. Schrijf de verleden tijd: Wat heb je gisteren gedaan? (yap- = doen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yaptın

    yaptın: yap- eindigt op stemloze p, dus de uitgang begint met t, en de achterklinker a geeft -tı; -n staat voor sen.

  3. Schrijf de verleden tijd: Gisteren zijn we thuisgebleven. (kal- = blijven)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kaldık

    kaldık: kal- + -dı + -k; bij biz hoort -k, niet -m.

  4. Schrijf de verleden tijd: Ali is gisteren vroeg gekomen. (gel- = komen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    geldi

    geldi: in de derde persoon enkelvoud is er geen persoonsuitgang, het onderwerp Ali volstaat; met -m zou het „ik” worden.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over gisteren: een over jezelf, een over een vriend of vriendin, een over je familie en een over jou en iemand anders samen. Onderstreep in elke zin de stam, -di en de persoonsuitgang.