Je zegt wat er gebeurd is met de verledentijdsuitgang en kiest de persoonsuitgang voor ben, sen, o, biz, siz en onlar.
Het idee
Het Turks meldt iets wat voorbij is met -di op de kale werkwoordsstam, gevolgd door een persoonsuitgang: gel-di-m, yap-tı-n, kal-dı-k. De volgorde is altijd stam, -di, persoon. Gebruik het voor iets wat afgelopen is, meestal met een tijdwoord als dün (gisteren), geçen hafta (vorige week) of az önce (zonet). In de derde persoon enkelvoud is er geen persoonsuitgang: Ali geldi. Welke van de acht vormen van -di je schrijft, hangt af van de klinkerharmonie en de laatste klank van de stam.
| Voornaamwoord | Uitgang | gel- | yap- |
|---|---|---|---|
| ben | -m | geldim | yaptım |
| sen | -n | geldin | yaptın |
| o | — | geldi | yaptı |
| biz | -k | geldik | yaptık |
| siz | -niz, -nız, -nuz, -nüz | geldiniz | yaptınız |
| onlar | -ler, -lar | geldiler | yaptılar |
Voorbeelden
- Ben dün kitap aldım.Ik heb gisteren een boek gekocht.Het voornaamwoord ben mag wegvallen, want -m zegt al „ik”: Dün kitap aldım.
- Ali bu sabah erken kalktı.Ali is vanochtend vroeg opgestaan.
- Biz geçen hafta İstanbul'a gittik.We zijn vorige week naar Istanbul gegaan.
- Sen telefonu nereye koydun?Waar heb je de telefoon neergelegd?
- Çocuklar dün parkta çok koştu.De kinderen hebben gisteren veel in het park gerend.Bij een meervoudig onderwerp blijft het werkwoord meestal enkelvoud: koştu. Koştular is ook juist als het om mensen gaat.
- Az önce yemek yedim.Ik heb net gegeten.Ook „net gedaan” zeg je in het Turks met de gewone verleden tijd: az önce geeft aan hoe kort geleden het was, een andere vorm is niet nodig.
- yedimik heb gegetenyedi-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)mPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- kalktıkwe zijn opgestaankalktı-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)kPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- gördünüzjullie hebben gezien / u hebt geziengördü-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)nüzPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
De persoon staat op het werkwoord, dus de kale vorm past niet bij elk onderwerp: Ben geldi is fout, het moet Ben geldim zijn of gewoon Geldim, en bij biz hoort -k: geldik, niet geldim. Er is geen aparte vorm voor „net”: Az önce geldim betekent zowel „ik kwam zonet” als „ik ben net gekomen”.
Probeer het zelf
Schrijf de verleden tijd: Ik ben gisteren naar school gegaan. (git- = gaan)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
gittim
gittim: de stam git- eindigt op de stemloze klank t, dus -ti, en -m staat voor ben; de t staat dubbel en de stam wordt niet zacht zoals in gidiyorum.
Schrijf de verleden tijd: Wat heb je gisteren gedaan? (yap- = doen)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
yaptın
yaptın: yap- eindigt op stemloze p, dus de uitgang begint met t, en de achterklinker a geeft -tı; -n staat voor sen.
Schrijf de verleden tijd: Gisteren zijn we thuisgebleven. (kal- = blijven)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
kaldık
kaldık: kal- + -dı + -k; bij biz hoort -k, niet -m.
Schrijf de verleden tijd: Ali is gisteren vroeg gekomen. (gel- = komen)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
geldi
geldi: in de derde persoon enkelvoud is er geen persoonsuitgang, het onderwerp Ali volstaat; met -m zou het „ik” worden.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Schrijf de verleden tijd: Ik ben gisteren naar school gegaan. (git- = gaan)
Schrijf de verleden tijd: Wat heb je gisteren gedaan? (yap- = doen)
Schrijf de verleden tijd: Gisteren zijn we thuisgebleven. (kal- = blijven)
Schrijf de verleden tijd: Ali is gisteren vroeg gekomen. (gel- = komen)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik heb gegeten
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: we zijn opgestaan
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf vier zinnen over gisteren: een over jezelf, een over een vriend of vriendin, een over je familie en een over jou en iemand anders samen. Onderstreep in elke zin de stam, -di en de persoonsuitgang.

