Je leert zeggen wanneer iets gebeurt: vandaag, morgen, op een bepaald uur en op een bepaalde dag van de week.

Het idee

Woorden als bugün (vandaag), yarın (morgen), dün (gisteren), şimdi (nu), hafta sonu (weekend) en bu akşam (vanavond) zeggen het wanneer zelf, zonder uitgang en zonder woord voor „om” of „op”. Een kloktijd krijgt na saat de locatief: saat üçte, saat dokuzda. Na een dag van de week staat günü: cumartesi günü.

Patronen vergelijken
GetalAchtervoegselVoorbeeld
bir-desaat birde
iki-desaat ikide
üç-tesaat üçte
dört-tesaat dörtte
beş-tesaat beşte
altı-dasaat altıda
yedi-desaat yedide
sekiz-desaat sekizde
dokuz-dasaat dokuzda
on-dasaat onda

Voorbeelden

  • Bugün okula gidiyorum.Vandaag ga ik naar school.Het woord bugün staat alleen: „vandaag” heeft geen uitgang en geen extra woord voor „op” of „om” nodig.
  • Dersimiz saat dokuzda başlıyor.Onze les begint om negen uur.Na saat krijgt de kloktijd de locatief: dokuz wordt dokuzda. Saat dokuz alleen zou „het is negen uur” betekenen.
  • Cumartesi günü ailem geliyor.Op zaterdag komt mijn familie.Na een dag van de week staat günü („de dag van”), dus de dagnaam zelf krijgt geen locatief.
  • Hafta sonu müzeye gidiyoruz.In het weekend gaan we naar het museum.
  • Dün çocuklar erken geldi.Gisteren kwamen de kinderen vroeg.Ook dün („gisteren”) heeft geen uitgang. De verleden tijd staat op het werkwoord: geldi.
  • üçteom drie uurüçte-de / -da / -te / -ta: in, op, bij
  • beşteom vijf uurbeşte-de / -da / -te / -ta: in, op, bij
  • altıdaom zes uuraltıda-de / -da / -te / -ta: in, op, bij

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Saat üç betekent „het is drie uur”, niet „om drie uur”. Voor „om drie uur” moet het getal de locatief krijgen: toplantı saat üçte. Voeg ook geen -de toe aan bugün of yarın zoals het Nederlands „op” of „om” ervoor zet: het kale woord betekent al „vandaag” en „morgen”.

Probeer het zelf

  1. De vergadering is om drie uur. Voeg het achtervoegsel toe aan üç.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    üçte

    üçte: ç is stemloos, dus de uitgang begint met t, en de voorklinker ü geeft -te.

  2. De film begint om zes uur. Voeg het achtervoegsel toe aan altı.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    altıda

    altıda: de laatste klinker ı is een achterklinker, dus -da; na een klinker begint de uitgang met d.

  3. Op vrijdag gaan we niet naar school. Schrijf het woord dat na de dagnaam staat.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    günü

    günü: gün (dag) met de uitgang „de dag van” staat achter de dagnaam, dus de dagnaam heeft geen eigen -da nodig.

  4. Ik sta om zeven uur op. Voeg het achtervoegsel toe aan yedi.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yedide

    yedide: yedi eindigt op de voorklinker i, en een klinker is stemhebbend, dus -de.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over je week: een met bugün of yarın, een met een kloktijd, een met een dag van de week en günü, en een met hafta sonu. Controleer bij elk uur de laatste klank.