Een verhaal kan vanuit een moment in het verleden terugkijken. Je bepaalt dat referentiepunt en vertelt wat daarvoor was gebeurd. Het gaat hier om het verband in de tijd, niet om een volledig overzicht van achtervoegsels.

Het idee

Met -mişti presenteer je een gebeurtenis als afgerond vóór een referentiepunt in het verleden: Biz gelince film çoktan başlamıştı. De film begon eerst; wij kwamen later aan. Het referentiepunt kan ook een tijdstip zijn of uit de context blijken. De ontkenning zegt wat toen nog niet was gebeurd: henüz kalkmamıştı. Een vraag gaat na of het al was gebeurd: duymuş muydu? Voor een gewone opeenvolging volstaan gewone verleden tijden: Önce pencereyi kapattık, sonra lambayı söndürdük. Hier oefen je de eerdere gebeurtenis; de constructie heeft ook andere toepassingen bij herinneringen.

Voorbeelden

  • Biz gelince film çoktan başlamıştı.Toen we aankwamen, was de film al begonnen.
  • Ben dönünce ablam yemeği hazırlamıştı.Toen ik terugkwam, had mijn oudere zus het eten klaargemaakt.
  • Ders başlayınca öğrenciler kitaplarını açmıştı.Toen de les begon, hadden de leerlingen hun boeken opengeslagen.
  • Saat beşte otobüs henüz kalkmamıştı.Om vijf uur was de bus nog niet vertrokken.
  • Zeynep bu haberi daha önce duymuş muydu?Had Zeynep dit nieuws al eerder gehoord?
  • Önce pencereyi kapattık, sonra lambayı söndürdük.Eerst sloten we het raam, daarna deden we het licht uit.
  • Biz gelince film başladı.Toen we aankwamen, begon de film.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Lees -mişti niet automatisch als “naar verluidt”: je kunt er ook eigen ervaringen mee beschrijven. -dikti is geen algemene uitgang voor alle personen. In sommige informele of regionale varianten betekent geldikti “wij waren gekomen”; herken die vorm, maar oefen hier met gelmiştik.

Probeer het zelf

  1. Vul de eerdere verleden tijd in: het concert was al begonnen toen we de zaal binnenkwamen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    başlamıştı

    başlamıştı: het concert begon voordat we binnenkwamen. Vanuit onze latere aankomst kijken we terug op dat begin.

  2. Vul de ontkenning in: om acht uur was de winkel nog niet gesloten.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kapanmamıştı

    kapanmamıştı: om acht uur was de winkel nog open. henüz en de ontkenning laten zien dat het sluiten toen nog niet was gebeurd.

  3. Vraag één persoon of die dit recept eerder had geprobeerd. Vul de hele lege plek in.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    denemiş miydin

    denemiş miydin: je vraagt één persoon naar eerdere ervaring met het recept. Het losse miydin draagt de verleden tijd en de uitgang voor de tweede persoon.

  4. Vervolg de reeks in de gewone verleden tijd: eerst kochten we het kaartje, daarna stapten we in de trein.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bindik

    bindik: het instappen volgt op het kopen van het kaartje. Het is de volgende stap in het verhaal; -k staat voor “wij”.

Gebruik het vandaag

Kies een moment in het verleden, bijvoorbeeld thuiskomen. Schrijf wat al was gebeurd, wat nog niet was gebeurd en een vraag over een eerdere gebeurtenis. Vertel daarna twee gebeurtenissen in volgorde.