Je leert zeggen wat je hebt en niet hebt met de bezitsuitgang en de woorden var en yok.

Het idee

Het Turks heeft geen werkwoord voor “hebben”. Het bezit krijgt een bezitsuitgang, daarna volgt var (er is) of yok (er is niet): Kitabım var betekent “ik heb een boek”, letterlijk “mijn boek bestaat”. De uitgang wijst de bezitter aan: -ım mijn, -ın jouw, -ı/-si zijn of haar, -ımız ons, -ınız jullie; de klinker volgt de harmonie. De bezitter kan in de genitief worden toegevoegd: benim kitabım var. Bij ik, jij en wij laat men hem meestal weg, maar een naam of zelfstandig naamwoord blijft staan en krijgt -in: Ayşe'nin kedisi var.

Patronen vergelijken
BezitterNa klinkerNa medeklinker
benimkedimkitabım
seninkedinkitabın
onunkedisikitabı
bizimkedimizkitabımız
sizinkedinizkitabınız
onlarınkedilerikitapları

Voorbeelden

  • Benim iki kardeşim var.Ik heb twee broers of zussen.Na iki („twee”) blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud, maar het houdt de bezitsuitgang: kardeşim, niet kardeşlerim.
  • Senin araban var mı?Heb jij een auto?
  • Bugün param yok.Ik heb vandaag geen geld.Yok is de ontkenning van var, dus er staat hier geen değil. Het voornaamwoord benim ontbreekt: de uitgang -m zegt al van wie het geld is.
  • Ayşe'nin kedisi var.Ayşe heeft een kat.Een genoemde bezitter staat in de genitief ('nin) en het bezit krijgt -si: Ayşe'nin kedisi. Anders dan benim mag een naam niet wegvallen.
  • Bizim bahçemiz yok.Wij hebben geen tuin.
  • kedimmijn katkedim-im / -ım / -um / -üm / -m: mijn
  • kitabımmijn boekkitabım-im / -ım / -um / -üm / -m: mijn
  • çocuğunuzuw kindçocuğunuz-ınız / -iniz / -unuz / -ünüz: uw, jullie

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De uitgang hoort op het bezit en mag niet ontbreken: Ben kitap var is fout, want het zegt niet van wie het boek is. Zeg Kitabım var of Benim kitabım var. Let ook op de verzachting: kitap wordt kitabım en çocuk wordt çocuğum.

Probeer het zelf

  1. Voeg de bezitsuitgang toe aan araba (auto): ik heb een auto.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    arabam

    arabam: araba eindigt op een klinker, dus de uitgang voor “mijn” is alleen -m.

  2. Voeg de bezitsuitgang toe aan kitap (boek): ik heb een boek.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kitabım

    kitabım: kitap eindigt op een medeklinker, dus -ım (laatste klinker a geeft ı), en de p wordt voor de klinker een b.

  3. Voeg de uitgang van de derde persoon toe aan kedi (kat): Elif heeft een kat.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kedisi

    kedisi: de bezitter staat al in de genitief (Elif'in) en na de klinker i is de uitgang van de derde persoon -si.

  4. Voeg de bezitsuitgang toe aan çocuk (kind): heeft u een kind?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocuğunuz

    çocuğunuz: sizin vraagt na de laatste klinker u om -unuz, en de k wordt daarvoor ğ.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over wat je thuis hebt en niet hebt, met var en yok. Onderstreep elke bezitsuitgang en controleer de laatste klinker en de laatste medeklinker van het woord.