Je leert weergeven wat iemand zei of vroeg, met behoud van de oorspronkelijke woorden. Je ontdekt waar dedi, diye en dedi ki staan en naar wie de persoonsvorm in het citaat verwijst.

Het idee

Behoud in een citaat de persoon en tijd van de oorspronkelijke woorden: Elif “Yarın geliyorum.” dedi. dedi is een verleden vorm van demek (zeggen), maar de tegenwoordige tijd in het citaat blijft staan. Bij werkwoorden zoals sormak (vragen), cevap vermek (antwoorden) en düşünmek (denken) zet je diye na het citaat en vóór het werkwoord dat het weergeeft. Een geciteerde vraag behoudt haar vraagwoord of vraagpartikel: “Çay ister misin?” diye sordu. Je kunt de woorden ook inleiden met dedi ki: Elif dedi ki: “Bugün evdeyim.” ki wordt hier los geschreven. Deze les gaat over citeren; het gebruik van diye om een doel aan te geven is een ander onderwerp.

Patronen vergelijken
PatroonVoorbeeld
“…” dediElif “Yarın geliyorum.” dedi.
“…” diye sorduMert “Anahtar nerede?” diye sordu.
dedi ki: “…”Elif dedi ki: “Bugün evdeyim.”

Voorbeelden

  • Elif “Yarın geliyorum.” dedi.Elif zei: “Ik kom morgen.”
  • Mert “Anahtar nerede?” diye sordu.Mert vroeg: “Waar is de sleutel?”
  • Zeynep “Ben beklerim.” diye cevap verdi.Zeynep antwoordde: “Ik wacht wel.”
  • Annem “Kapıyı kapat!” diye seslendi.Mijn moeder riep: “Doe de deur dicht!”
  • Elif dedi ki: “Bugün evdeyim.”Elif zei: “Ik ben vandaag thuis.”
  • Elif “Ben hazırım.” dedi.Elif zei: “Ik ben klaar.”
  • Elif hazır olduğunu söyledi.Elif zei dat ze klaar was.
  • Mert “Bu iş kolay.” diye düşündü.Mert dacht: “Dit werk is makkelijk.”
  • Annem “Çay ister misin?” diye sordu.Mijn moeder vroeg: “Wil je thee?”

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verander de eerste persoon niet alleen omdat je iemand anders citeert. In Elif “Ben hazırım.” dedi. verwijzen ben en de uitgang van hazırım naar Elif, niet naar de verteller. Indirecte rede heeft een andere constructie: Elif hazır olduğunu söyledi. Daarmee geef je de inhoud weer zonder haar exacte woorden te citeren. diye is op zichzelf geen werkwoord in de verleden tijd; sordu geeft de persoon en tijd van het vragen aan.

Probeer het zelf

  1. Verbind de vraag met het werkwoord: Mert “Bilet nerede?” ___ sordu.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    diye

    diye: verbindt de geciteerde vraag over het kaartje met sordu. De vraag bevat al nerede; ki past hier niet na het citaat.

  2. Vul demek in de gewone verleden tijd in: Elif “Ben hazırım.” ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dedi

    dedi: Elif spreekt, dus het werkwoord buiten het citaat staat in de derde persoon enkelvoud van de verleden tijd. De eerste persoon in hazırım vraagt buiten het citaat niet om dedim.

  3. Behoud Elifs exacte woorden over zichzelf, Ben hazırım: Elif “Ben ___.” dedi.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    hazırım

    hazırım: in het citaat zegt Elif nog steeds “Ik ben klaar”. Met hazır zou de uitgang voor de eerste persoon uit haar woorden verdwijnen.

  4. Zet vóór het citaat demek in de gewone verleden tijd en daarna ki: Elif ___: “Bugün evdeyim.”

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dedi ki

    dedi ki: de inleidende uitdrukking staat hier vóór het citaat. ki kondigt de volgende woorden aan en wordt los geschreven.

Gebruik het vandaag

Bedenk een korte uitwisseling met een vraag en een antwoord. Geef de vraag weer met diye sordu en het antwoord met dedi. Zet daarna dedi ki vóór het antwoord en behoud de geciteerde woorden.