Kijk wie er aan een handeling deelneemt: doet iemand iets met zichzelf, is er contact met een ander of doet een groep iets samen? Dat helpt je het juiste werkwoord te kiezen.

Het idee

Bij wederkerend gebruik voert het onderwerp de handeling uit en ondergaat het die ook: yıkanmak betekent zich wassen en giyinmek zich aankleden. Noem je wat wordt gewassen of welk kledingstuk wordt aangetrokken, gebruik dan yıkamak of giymek: ellerini yıkadı, ceketini giydi. Wederkerige werkwoorden kunnen een onderlinge handeling beschrijven, zoals selamlaşmak (elkaar groeten) en görüşmek (elkaar ontmoeten, met iemand praten), of samen iets doen, zoals gülüşmek (samen lachen). Twee deelnemers vragen niet om een meervoudig onderwerp: in Ece ile görüştüm is het onderwerp ik en introduceert ile de andere persoon.

Voorbeelden

  • Ali sabah yıkandı.Ali waste zich in de ochtend.
  • Elif hızla giyindi.Elif kleedde zich snel aan.
  • Komşular kapıda selamlaştı.De buren begroetten elkaar bij de deur.
  • Ece ile dün görüştüm.Ik heb Ece gisteren ontmoet.
  • Çocuklar bahçede gülüştü.De kinderen lachten samen in de tuin.
  • Elif mavi ceketini giydi.Elif trok haar blauwe jas aan.
  • Tabaklar mutfakta yıkandı.De borden werden in de keuken afgewassen.
  • Ali ellerini yıkadı.Ali waste zijn handen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Herken wederkerend gebruik niet uitsluitend aan de uitgang. In Tabaklar yıkandı zijn de borden afgewassen; ze hebben zichzelf niet gewassen. Leer bestaande werkwoorden in hun context in plaats van zomaar aan elk werkwoord een wederkerende of wederkerige uitgang toe te voegen.

Probeer het zelf

  1. Kies het werkwoord: het kind waste het eigen lichaam in de badkamer.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yıkandı

    yıkandı: het kind wast het eigen lichaam. Yıkadı zou betekenen dat het iets of iemand anders wast.

  2. Kies het werkwoord: Elif trok haar jas aan.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    giydi

    giydi: ceketini noemt het kledingstuk dat wordt aangetrokken. Giyindi beschrijft het aankleden zonder dat kledingstuk als lijdend voorwerp.

  3. Kies het werkwoord: ik had gisteren een ontmoeting met Ece.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    görüştüm

    görüştüm: het gaat om een ontmoeting met Ece. Ece ile noemt de andere deelnemer; alleen Ece zien zou Ece’yi gördüm zijn.

  4. Bepaal het type: wederkerend (dönüşlü) of wederkerig/gezamenlijk (işteş)?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    işteş

    işteş: bij gülüştü lachen de kinderen samen. De gezamenlijke handeling is bepalend, niet een handeling die elk kind op zichzelf richt.

Gebruik het vandaag

Schrijf een zin over je aankleden, een over een bepaald kledingstuk aantrekken en een over een ontmoeting. Benoem wie handelt en of er een lijdend voorwerp of een andere deelnemer is.