Je zegt waarheen je gaat en aan wie je iets geeft, met de juiste vorm van de uitgang.

Het idee

Het datiefachtervoegsel markeert het doel van een beweging en de persoon die iets krijgt: okula gidiyorum (ik ga naar school), babama çay veriyorum (ik geef mijn vader thee). Het is -e na een voorklinker en -a na een achterklinker; eindigt het woord op een klinker, dan komt eerst een y: -ye, -ya. Het doel staat vlak voor het werkwoord en antwoordt op nereye? (waarheen), de ontvanger op kime? (aan wie).

Patronen vergelijken
Laatste klinkerNa medeklinkerNa klinkerVoorbeelden
a ı o u-a-yaokula, masaya
e i ö ü-e-yeeve, kediye

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

In het Nederlands doet het voorzetsel „naar” het werk, dus de uitgang wordt snel vergeten: ev gidiyorum is fout, het doel krijgt altijd het achtervoegsel: eve gidiyorum. Zonder y na een klinker staan twee klinkers naast elkaar: arabae in plaats van arabaya.

Probeer het zelf

  1. Voeg de datief toe aan ev (huis): Ik ga naar huis.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    eve

    eve: ev eindigt op een medeklinker en de laatste klinker e is een voorklinker, dus -e volstaat; zonder uitgang is het doel niet gemarkeerd.

  2. Voeg de datief toe aan de naam Ayşe: Mijn moeder schrijft een brief aan Ayşe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ayşe'ye

    Ayşe'ye: de naam eindigt op de klinker e, dus een y scheidt de twee klinkers; de apostrof zet de uitgang af van de naam.

  3. Voeg de datief toe aan bahçe (tuin): De kinderen rennen naar de tuin.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bahçeye

    bahçeye: bahçe eindigt op een klinker, dus eerst een y; de laatste klinker is een voorklinker, dus -ye.

  4. Voeg de datief toe aan kitap (boek): Ali kijkt naar het boek.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kitaba

    kitaba: voor een uitgang met klinker wordt de p van kitap een b, en de achterklinker a geeft -a.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over je dag: twee met een plek waar je heen gaat, twee met een persoon aan wie je iets geeft of zegt. Onderstreep elk datiefachtervoegsel en controleer of er een y bij moet.