Als je Duits kent, let je al op naamvalsignalen. Hier zoek je die aan Turkse zelfstandige naamwoorden en bouw je zinnen zonder de Duitse werkwoordpositie over te nemen.

Het idee

In het Duits zie je de naamval vaak aan het lidwoord; in het Turks krijgt het zelfstandig naamwoord een uitgang. Vergelijk die Tasche met çantayı als bepaald lijdend voorwerp en ins Museum met müzeye als bestemming. In een Duitse mededelende hoofdzin staat de persoonsvorm gewoonlijk op de tweede plaats. In een neutrale Turkse zin staat het werkwoord meestal achteraan, ook na een tijdsbepaling aan het begin: Bugün ben çantayı taşıyorum komt overeen met Heute trage ich die Tasche. De gegeven varianten verschuiven de nadruk, niet de uitgangen. Het onderwerpvoornaamwoord kan wegblijven als de werkwoordsvorm de persoon duidelijk maakt.

Voorbeelden

  • Bugün ben çantayı taşıyorum.Vandaag draag ik de tas.
  • Şimdi biz müzeye gidiyoruz.Nu gaan we naar het museum.
  • Ben burada otobüsü bekliyorum.Ik wacht hier op de bus.
  • Öğrenci öğretmene soruyor.De leerling vraagt het aan de leraar.
  • Akşam evde çorba yapıyoruz.Vanavond maken we thuis soep.
  • Bugün bir dergi okuyorum.Vandaag lees ik een tijdschrift.
  • Şimdi bu dergiyi okuyorum.Nu lees ik dit tijdschrift.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Dezelfde naamvalnaam betekent niet dat werkwoorden dezelfde constructie hebben. In het Duitse den Lehrer fragen staat de persoon in de accusatief, maar in öğretmene sormak krijgt de ontvanger van de vraag de datief. Öğretmeni sormak betekent naar de leraar vragen. Ook auf den Bus warten wordt otobüsü beklemek, zonder apart woord voor auf.

Probeer het zelf

  1. Vul in de tweede zin het hele woord in: ik draag de tas die al genoemd is.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çantayı

    çantayı: de tas is al aangeduid en is dus een bepaald lijdend voorwerp. Na de eindklinker van çanta komt y vóór de accusatiefklinker ı.

  2. Vul het hele woord in: de leerling stelt de leraar een vraag; hij vraagt niet naar de leraar.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    öğretmene

    öğretmene: de leraar ontvangt de vraag. Daarom gebruik je de datiefuitgang -e; met öğretmeni zou je naar de leraar vragen.

  3. Vul het hele woord in: ik wacht hier op de specifieke bus waarover we het hadden.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    otobüsü

    otobüsü: je wacht op een specifieke bus, dus die krijgt de accusatief. De laatste klinker ü geeft -ü; het Duitse auf krijgt hier geen apart Turks woord.

  4. Zet alle drie de woorden in een zin met het werkwoord achteraan: şimdi / gidiyoruz / müzeye. Beide mogelijke volgordes zijn goed.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Şimdi müzeye gidiyoruz / Müzeye şimdi gidiyoruz

    Şimdi müzeye gidiyoruz / Müzeye şimdi gidiyoruz: beide zinnen eindigen met het werkwoord. De tweede kan „nu” benadrukken. Müzeye blijft de bestemming en gidiyoruz maakt al duidelijk dat het om „wij” gaat.

Gebruik het vandaag

Vertaal twee Duitse zinnen: één over een vraag aan een leraar en één over wachten op een bepaalde bus. Omcirkel de Turkse uitgangen en zet de werkwoorden achteraan. Ga daarna naar de gekoppelde les over woordvolgorde of naamvallen.