Als je thuis Turks spreekt, heb je al veel om op voort te bouwen. Je maakt hier een vertrouwd antwoord begrijpelijk voor iemand die het gesprek niet heeft gehoord. Families spreken verschillend; er is geen enkele vaste thuisvariant die je moet vervangen.

Het idee

Het korte antwoord Parkta. past na Nerede buluşuyoruz?, want de vraag noemt de handeling al. Schrijf in een bericht zonder die vraag Parkta buluşuyoruz. Ook in standaard schrijftaal mag het persoonlijk voornaamwoord als onderwerp wegblijven: de uitgang geeft de persoon aan. Vul de context aan, niet elke zin met een voornaamwoord.

Patronen vergelijken
Vraag in het gesprekKort antwoordBericht zonder de vraag
Nerede buluşuyoruz?Parkta.Parkta buluşuyoruz.
Ne zaman geliyorsun?Yarın.Yarın geliyorum.
Kime yazıyorsun?Anneme.Anneme yazıyorum.

Voorbeelden

  • Akşam parkta buluşuyoruz.We spreken vanavond af in het park.
  • Yarın eve geliyorum.Ik kom morgen naar huis.
  • Bugün anneme yazıyorum.Ik schrijf vandaag aan mijn moeder.
  • Ben de evdeyim.Ik ben ook thuis.
  • Sen de geliyor musun?Kom jij ook?
  • Evde Türkçe konuşuyoruz.We spreken thuis Turks.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Zie de taal van je familie niet als gebrekkig en maak niet ieder bericht formeel. Een kort antwoord werkt ook op schrift als de context duidelijk is. Controleer de spelling apart: de spaties in Ben de evdeyim. en Sen de geliyor musun? zijn niet altijd hoorbaar in vloeiende spraak.

Probeer het zelf

  1. Op Nerede buluşuyoruz? antwoord je Parkta. Schrijf met parkta en buluşuyoruz een bericht van twee woorden voor iemand die de vraag niet heeft gezien.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Parkta buluşuyoruz. / Buluşuyoruz parkta.

    Parkta buluşuyoruz. / Buluşuyoruz parkta.: het werkwoord maakt duidelijk dat het om afspreken gaat, niet alleen om een plek. De uitgang geeft al “wij” aan.

  2. Op Ne zaman geliyorsun? antwoord je Yarın. Gebruik alleen yarın en geliyorum voor een bericht dat ook zegt wat je doet.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Yarın geliyorum. / Geliyorum yarın.

    Yarın geliyorum. / Geliyorum yarın.: het werkwoord noemt de handeling en verwijst naar de spreker. Alleen yarın geeft slechts de tijd aan; ben is hier niet verplicht.

  3. Vul Ben ___ evdeyim. aan met de betekenis “Ik ben ook thuis”. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    de

    de: dit betekent “ook” en voegt de spreker toe aan iemand anders die thuis is. De plaats zit al in evdeyim.

  4. Vraag één persoon die je met jij aanspreekt: “Kom jij ook?”. Vul Sen de geliyor ___? aan met de vraagvorm en de persoonsuitgang samen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    musun

    musun: de laatste klinker van geliyor is o, dus gebruik je mu met -sun voor één persoon die je met jij aanspreekt. Schrijf musun los van geliyor.

Gebruik het vandaag

Schrijf een kort antwoord dat je thuis zou kunnen geven. Voeg context toe voor iemand die het gesprek niet kent en controleer de spelling zonder de betekenis te veranderen. Oefen daarna verder met de gekoppelde lessen over voornaamwoorden en vragen.