In het Nederlands kun je met “dat” een volledige bijzin inleiden. Het Turks verandert vaak de vorm van die mededeling: vergelijk “Je drinkt thee” met Ben senin çay içtiğini biliyorum. De drinker en degene die het weet krijgen afzonderlijke uitgangen. Deze B1-les oefent heden en verleden met -dik; toekomstige gebeurtenissen vallen erbuiten.

Het idee

De groep senin çay içtiğini noemt als geheel wat ik weet. Het onderwerp ervan staat in de genitief (senin). Het werkwoord krijgt een nominaliserend achtervoegsel, een bezitsuitgang die bij dat onderwerp past en vervolgens de naamval die het hoofdwerkwoord vraagt. De bezitsuitgang noemt hier degene die handelt, niet de eigenaar van de thee. Vergelijk içtiğini voor jou met içtiğimi voor mij. Bilmek vraagt hier de accusatief en inanmak de datief: uyuduğunu biliyorum tegenover uyuduğuna inanıyorum. De constructie met -dik kan naar heden of verleden verwijzen; bij het slaapvoorbeeld maakt dün duidelijk dat het verleden bedoeld is. De gekoppelde pagina’s over achtervoegsels geven de vormen.

Patronen vergelijken
Losse uitspraakIngebedde bijzinVolledige zin
Sen çay içiyorsun.senin çay içtiğiniBen senin çay içtiğini biliyorum.
Ben kahve içiyorum.benim kahve içtiğimiSen benim kahve içtiğimi biliyorsun.
Çocuk dün erken uyudu.çocuğun dün erken uyuduğunaÇocuğun dün erken uyuduğuna inanıyorum.

Voorbeelden

  • Ben senin çay içtiğini biliyorum.Ik weet dat je thee drinkt.
  • Sen benim kahve içtiğimi biliyorsun.Je weet dat ik koffie drink.
  • Biz onun burada çalıştığını biliyoruz.We weten dat die persoon hier werkt.
  • Çocuğun dün erken uyuduğunu biliyorum.Ik weet dat het kind gisteren vroeg is gaan slapen.
  • Çocuğun dün erken uyuduğuna inanıyorum.Ik geloof dat het kind gisteren vroeg is gaan slapen.
  • Senin her gün yürüdüğünü biliyorum.Ik weet dat je elke dag wandelt.
  • Onun her gün yürüdüğünü biliyorum.Ik weet dat die persoon elke dag wandelt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Kies de bezitsuitgang in de bijzin niet op basis van degene die iets weet. In Ben senin çay içtiğini biliyorum drink jij; met içtiğimi zou ik de drinker zijn. Ook kan yürüdüğünü op jou of op een derde persoon slaan: senin en onun maken het onderscheid duidelijk. Het Turks heeft eveneens zinnen met ki, maar deze naamwoordelijke constructie ontstaat niet door zomaar een voegwoord in te voegen.

Probeer het zelf

  1. Vul aan: Ik weet dat je thee drinkt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içtiğini

    içtiğini: senin wijst jou aan als de drinker. In iç-tiğ-in-i hoort -in bij jou en markeert de laatste -i het voorwerp van weten. Na ç komt t; vóór de klinker verandert k in ğ.

  2. Vul aan: Je weet dat ik koffie drink.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    içtiğimi

    içtiğimi: ik drink de koffie, hoewel jij degene bent die het weet. Het deel -im in iç-tiğ-im-i houdt dat onderwerp in de eerste persoon vast; de laatste -i markeert de accusatief.

  3. Vul aan: Ik geloof dat het kind gisteren vroeg is gaan slapen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uyuduğuna

    uyuduğuna: inanıyorum vraagt de datief, dus uyuduğu-n-a. De n verbindt de bezitsvorm van de derde persoon met de naamvalsuitgang; uyuduğunu zou bij biliyorum passen.

  4. Zet o in de juiste vorm: We weten dat die persoon hier werkt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    onun

    onun: degene die werkt is het onderwerp binnen de bijzin, dus o krijgt de genitiefvorm onun. Het hoofdonderwerp wij zit in biliyoruz; onun geeft geen geslacht aan.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over wie thee of koffie drinkt: eerst weet jij het, daarna iemand anders. Onderstreep de drinker en de bijbehorende bezitsuitgang. Verander vervolgens weten in geloven in het slaapvoorbeeld en controleer de naamval.