Başarmak beschrijft een prestatie: een moeilijke taak is volbracht of een beoogd resultaat bereikt. Je leert zeggen wat iemand voor elkaar heeft gekregen en ook mislukte pogingen beschrijven.

Het idee

Een bepaald lijdend voorwerp krijgt de accusatief: bu işi başarmak. Een handeling krijgt -mayı/-meyi: bitirmeyi başarmak. Degene die slaagt, voert die handeling zelf uit. De stam başar- blijft intact: başarıyorum, başarırım, başardım. In başaracağım en başaracağız wordt de k van de toekomende tijd voor de klinker een ğ. Başaramadım betekent “het is me niet gelukt” en markeert onvermogen; başarmadım ontkent alleen de prestatie. Het persoonlijk voornaamwoord mag wegblijven als de uitgang de persoon duidelijk maakt.

Patronen vergelijken
PersoonOnvoltooid tegenwoordige tijdAoristVerleden tijdToekomende tijdOnvermogen in het verleden
benbaşarıyorumbaşarırımbaşardımbaşaracağımbaşaramadım
senbaşarıyorsunbaşarırsınbaşardınbaşaracaksınbaşaramadın
obaşarıyorbaşarırbaşardıbaşaracakbaşaramadı
bizbaşarıyoruzbaşarırızbaşardıkbaşaracağızbaşaramadık
sizbaşarıyorsunuzbaşarırsınızbaşardınızbaşaracaksınızbaşaramadınız
onlarbaşarıyorlarbaşarırlarbaşardılarbaşaracaklarbaşaramadılar

Voorbeelden

  • Sonunda bu işi başardık.We hebben deze taak eindelijk volbracht.
  • Ekip süreyi kısaltmayı başardı.Het team slaagde erin de duur te verkorten.
  • Bu kez sakin kalmayı başardım.Deze keer lukte het me om kalm te blijven.
  • İlk denemede kapağı açmayı başaramadım.Bij de eerste poging lukte het me niet om het deksel te openen.
  • Düzenli çalışırsan bunu başarırsın.Als je er regelmatig aan werkt, lukt dit je.
  • Tek başıma bitirmeyi başaracağım.Het zal me lukken om het in mijn eentje af te maken.
  • Bunu nasıl başardınız?Hoe is u dat gelukt?

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verwar başarmak niet met başlamak: yapmayı başardım zegt dat het doen gelukt is, terwijl yapmaya başladım alleen zegt dat ik eraan begonnen ben. Bij een ander werkwoord hoort hier ook een andere naamval. Een begin bewijst nog geen succes.

Probeer het zelf

  1. Vul başarmak in de verleden tijd voor “wij” in: We hebben deze taak eindelijk volbracht.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    başardık

    başardık: biz noemt de groep die de taak heeft volbracht. In de verleden tijd staat -k voor “wij”; başardım zou alleen over de spreker gaan.

  2. Vul de handeling in: Gisteren lukte het me het verslag af te maken. Gebruik bitirmek.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bitirmeyi

    bitirmeyi: Het afmaken van het verslag is de geslaagde handeling. De voorklinker in bitir- vraagt om -me, gevolgd door de verbindende y en de accusatief -i. Bitirmeye zou passen bij bijvoorbeeld başlamak.

  3. Vul başarmak in de toekomende tijd voor “ik” in: Morgen zal ik dit voor elkaar krijgen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    başaracağım

    başaracağım: yarın en de opdracht vragen om de toekomende tijd; ben bepaalt de eerste persoon enkelvoud. Vóór de persoonsuitgang die met een klinker begint, verandert de k in ğ.

  4. Gebruik başarmak voor onvermogen in het verleden, eerste persoon enkelvoud: Ondanks drie pogingen lukte het me niet om het deksel te openen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    başaramadım

    başaramadım: Na drie pogingen bleef het deksel dicht. De vorm voor onvermogen drukt die mislukking uit; başardım zou zeggen dat het openen juist wel gelukt is.

Gebruik het vandaag

Beschrijf een volbrachte taak en een mislukte poging. Voeg een bemoedigende zin over een volgende poging toe. Onderstreep de handeling vóór başarmak en controleer de uitgang.