Gebruik karıştırmak wanneer iemand iets roert of mengt, of het ene voor het andere aanziet. De zelfstandige naamwoorden rond het werkwoord laten zien of het om koken of om een vergissing gaat.

Het idee

De stam karıştır- blijft gelijk: karıştırıyorum, karıştırdım, karıştıracağım, karıştırırım. Let op de twee laatste r-klanken in karıştırır. Een bepaald lijdend voorwerp krijgt de accusatief: çorbayı karıştırmak. Waarmee je het verwart, krijgt ile of de aangehechte vorm: tuzu şekerle karıştırmak. In de toekomstige tijd staat ğ in karıştıracağım en karıştıracağız. Voor een opdracht gebruik je karıştır, beleefd of tegen meerdere mensen karıştırın, en ontkennend karıştırma.

Patronen vergelijken
OnderwerpTegenwoordige tijdVerleden tijdToekomende tijdAoristus
benkarıştırıyorumkarıştırdımkarıştıracağımkarıştırırım
senkarıştırıyorsunkarıştırdınkarıştıracaksınkarıştırırsın
okarıştırıyorkarıştırdıkarıştıracakkarıştırır
bizkarıştırıyoruzkarıştırdıkkarıştıracağızkarıştırırız
sizkarıştırıyorsunuzkarıştırdınızkarıştıracaksınızkarıştırırsınız
onlarkarıştırıyorlarkarıştırdılarkarıştıracaklarkarıştırırlar

Voorbeelden

  • Ben çorbayı karıştırıyorum.Ik roer de soep.
  • Babam sosu karıştırdı.Mijn vader heeft de saus geroerd.
  • Biz boyaları karıştıracağız.Wij zullen de verven mengen.
  • Tuzu şekerle karıştırma.Verwar het zout niet met de suiker.
  • Bu iki kelimeyi sık sık karıştırırım.Ik verwar deze twee woorden vaak.
  • Lütfen çorbayı yavaşça karıştırın.Roer de soep alstublieft langzaam.
  • Renkler birbirine karıştı.De kleuren zijn door elkaar geraakt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Laat -tır- niet weg wanneer iemand iets mengt. Boyaları karıştırdım betekent “Ik heb de verven gemengd”; Boyalar karıştı betekent “De verven zijn door elkaar geraakt”. In de tweede zin zijn de verven het onderwerp en wordt niet gezegd wie ze mengde. Ook karıştırmıyorum en karışmıyorum zijn vormen van verschillende werkwoorden.

Probeer het zelf

  1. Vul “ik ben aan het roeren” in de tegenwoordige tijd in: Şimdi çorbayı ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    karıştırıyorum

    karıştırıyorum: de handeling gebeurt nu en het onderwerp is “ik”. De laatste stamklinker geeft -ıyor-; de geronde klinker van die uitgang vraagt vervolgens om -um.

  2. Vul “wij zullen mengen” in de toekomstige tijd in: Yarın boyaları ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    karıştıracağız

    karıştıracağız: morgen wijst op de toekomst, en “wij” vraagt om -ız. Voor die klinker verandert de k van de toekomende tijd in ğ. Karıştıracağım zou alleen de spreker aanduiden.

  3. Vul “met suiker” in met şeker en ile: Tuzu ___ karıştırma.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    şekerle / şeker ile

    şekerle / şeker ile: suiker is datgene waarmee je het zout verwart. Je hebt dus “met” nodig, aangehecht of los; şekeri zou nog een lijdend voorwerp opleveren.

  4. Kies karıştı of karıştırdı: de kleuren zijn door elkaar geraakt. Renkler birbirine ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    karıştı

    karıştı: de kleuren zijn door elkaar geraakt zonder dat iemand als mengende persoon wordt genoemd. Karıştırdı zou de kleuren zelf iets anders laten mengen.

Gebruik het vandaag

Beschrijf hoe je nu soep roert en morgen verf gaat mengen. Schrijf daarna een waarschuwing om twee ingrediënten niet te verwarren. Benoem de lijdende voorwerpen en vergelijk dit met een zin over kleuren die door elkaar zijn geraakt.