Met karşılaşmak zeg je dat je iemand of iets tegenkomt. Een ontmoeting kan onverwacht zijn, maar moeilijkheden kun je ook voorzien. De tabel geeft vormen voor ‘ik’ en ‘wij’.

Het idee

De persoon of situatie krijgt ile of de aangehechte vorm daarvan: komşumla, bir sorunla. Bij voornaamwoorden gebruik je benimle, seninle, onunla. De stam karşılaş- blijft behouden in karşılaşıyorum en karşılaşırım. Voor een afgesproken ontmoeting past meestal buluşmak; karşılaşmak op zichzelf zegt niet dat er iets was afgesproken.

Patronen vergelijken
VormIkWij
Tegenwoordige duurvormkarşılaşıyorumkarşılaşıyoruz
Aoristus / gewoontekarşılaşırımkarşılaşırız
Verleden tijdkarşılaştımkarşılaştık
Toekomstkarşılaşacağımkarşılaşacağız
Ontkennende duurvormkarşılaşmıyorumkarşılaşmıyoruz
Ontkennende verleden tijdkarşılaşmadımkarşılaşmadık
Vraag in de verleden tijdkarşılaştım mı?karşılaştık mı?
Voorwaarde in de aoristuskarşılaşırsamkarşılaşırsak

Voorbeelden

  • Dün komşumla karşılaştım.Gisteren kwam ik mijn buurman tegen.
  • Koridorda seninle karşılaştık.We kwamen je op de gang tegen.
  • Yine aynı sorunla karşılaştık.We liepen opnieuw tegen hetzelfde probleem aan.
  • Bu tür hatalarla sık sık karşılaşıyorum.Ik kom dit soort fouten vaak tegen.
  • Yeni projede bazı güçlüklerle karşılaşacağız.In het nieuwe project zullen we enkele moeilijkheden tegenkomen.
  • Daha önce böyle bir tepkiyle karşılaşmadım.Ik heb nog nooit zo’n reactie meegemaakt.
  • Onunla karşılaşırsan toplantıyı hatırlat.Als je die persoon tegenkomt, herinner die dan aan de vergadering.
  • Konukları kapıda karşıladık.We verwelkomden de gasten bij de deur.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik voor de persoon geen lijdend voorwerp: zeg seninle karşılaştım, niet seni karşılaştım. Daarentegen betekent seni karşıladım ‘ik verwelkomde je / ontving je bij aankomst’. De extra ş verandert het werkwoord en de vorm van de aanvulling.

Probeer het zelf

  1. Vul de verleden tijd voor ‘ik’ in: gisteren kwam ik bij de halte een oude vriend tegen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    karşılaştım

    karşılaştım: de ontmoeting was gisteren en het onderwerp is ‘ik’. Na de stemloze ş begint de verleden tijd met t; de laatste -m verwijst naar de spreker.

  2. Gebruik de toekomst voor ‘wij’: we zullen enkele moeilijkheden tegenkomen in het nieuwe project.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    karşılaşacağız

    karşılaşacağız: de moeilijkheden liggen nog voor ons en het onderwerp is ‘wij’. De toekomstuitgang krijgt hier a; de k wordt ğ voor de klinker van de persoonsuitgang.

  3. Vul de juiste vorm van ‘jij’ in: ik kwam je net tegen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    seninle / senin ile

    seninle of senin ile: de persoon die ik tegenkwam, ben ‘jij’. Voor ile krijgt dit voornaamwoord de vorm senin; alleen -le aan sen toevoegen levert niet de standaardvorm in schrijftaal op.

  4. Kies het werkwoord voor het verwelkomen van gasten en gebruik de verleden tijd voor ‘wij’.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    karşıladık

    karşıladık: we ontvingen de gasten bij de deur. Konukları is het lijdend voorwerp van karşılamak; -dı geeft de verleden tijd aan en -k staat voor ‘wij’.

Gebruik het vandaag

Schrijf over een toevallige ontmoeting en een moeilijkheid die je verwacht. Beschrijf daarna met karşılamak hoe je een gast verwelkomt. Controleer bij elk werkwoord de vorm voor de persoon of situatie.