Je vervoegt buluşmak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en in de ontkenning, en voegt aan de persoon de juiste vorm van -le/-la toe.

Het idee

Buluşmak betekent afspreken en elkaar ontmoeten. Het is een wederkerig werkwoord (bul-uş-mak): de persoon krijgt daarom ile of -le/-la en nooit de accusatief: Ayşe'yle buluşuyorum, seninle buluşacağım. De plaats staat in de locatief: kafede buluşuyoruz. De stam eindigt op de stemloze ş, dus het achtervoegsel van de verleden tijd begint met t: buluştum, buluştuk. In de toekomende tijd wordt de k van -acak voor een klinker ğ: buluşacağım. De ontkenning is buluşmuyorum.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordige tijdVerleden tijdToekomende tijdOntkenning (tegenwoordig)
benbuluşuyorumbuluştumbuluşacağımbuluşmuyorum
senbuluşuyorsunbuluştunbuluşacaksınbuluşmuyorsun
obuluşuyorbuluştubuluşacakbuluşmuyor
bizbuluşuyoruzbuluştukbuluşacağızbuluşmuyoruz
sizbuluşuyorsunuzbuluştunuzbuluşacaksınızbuluşmuyorsunuz
onlarbuluşuyorlarbuluştularbuluşacaklarbuluşmuyorlar

Voorbeelden

  • Ayşe'yle sinemada buluşuyoruz.We spreken af met Ayşe in de bioscoop.De persoon krijgt -le, niet de accusatief. Na de klinker e komt een tussenklank y (Ayşe'yle) en de apostrof scheidt de naam. Het voornaamwoord biz mag wegvallen.
  • Seninle yarın buluşacağım.Ik spreek morgen met je af.„Met jou” is seninle, een onregelmatige vorm: sen wordt senin voor -le. Nooit seni buluşacağım. De k van -acak wordt ğ voor de klinker van -ım.
  • Dün akşam arkadaşlarımızla kafede buluştuk.Gisteravond hebben we onze vrienden in een café ontmoet.De stam eindigt op de stemloze ş, dus het achtervoegsel begint met t: buluştuk, niet buluşduk. Het bezittelijk achtervoegsel -ımız staat voor -la.
  • Saat kaçta buluşuyoruz?Hoe laat spreken we af?Kaç eindigt op de stemloze ç, dus de locatief is -ta: kaçta. De tegenwoordige tijd op -iyor spreekt vaak over een afspraak.
  • Ali ile Deniz parkta buluştu.Ali en Deniz hebben elkaar in het park ontmoet.Buluşmak is wederkerig en heeft dus geen lijdend voorwerp: twee mensen ontmoeten elkaar. Na een paar dat met ile is verbonden staat het werkwoord meestal in het enkelvoud (buluştu); buluştular kan ook.
  • Bugün kimseyle buluşmuyorum.Vandaag spreek ik met niemand af.Na de klinker e krijgt kimse een tussenklank y: kimseyle. Het ontkenningsachtervoegsel staat voor -yor: buluşmuyorum, met u zoals in de stam.
  • buluşmakafsprekenbuluşWederkerig werkwoordsuffixmak-mek / -mak: de infinitief
  • buluşacağızwe spreken afbuluşWederkerig werkwoordsuffixacağ-ecek / -acak: de toekomende tijdız-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Maak van de persoon geen lijdend voorwerp: seni buluşuyorum en Ayşe'yi buluşuyorum zijn fout. Zeg seninle buluşuyorum; de voornaamwoorden zijn onregelmatig: benimle, seninle, onunla, bizimle, sizinle, onlarla. Voor kennismaken met iemand nieuw bestaat tanışmak.

Probeer het zelf

  1. Maak „met” van sen (jij): met jou.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    seninle

    seninle: het voornaamwoord krijgt -in voor het achtervoegsel (zoals benimle, onunla) en de voorklinker i geeft -le.

  2. Zet buluş- in de verleden tijd voor ben: ik heb afgesproken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    buluştum

    buluştum: de stam eindigt op de stemloze ş, dus het achtervoegsel begint met t; de klinker u geeft -tu en -m staat voor ben.

  3. Zet buluş- in de toekomende tijd voor biz: we spreken af.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    buluşacağız

    buluşacağız: na een medeklinker sluit -acak direct aan, de k wordt ğ voor de klinker van -ız en de achterklinker u geeft -acak.

  4. Maak „met” van arkadaşlarım (mijn vrienden): met mijn vrienden.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    arkadaşlarımla

    arkadaşlarımla: het woord eindigt op m, dus er is geen tussenklank nodig, en de achterklinker ı geeft -la; het bezittelijk achtervoegsel staat voor de naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over met wie en waar je deze week afspreekt. Controleer bij elke persoon de vorm van -le/-la.