Je vervoegt satmak (verkopen) in de duurvorm van de tegenwoordige tijd, het verleden, de toekomst en de aoristus, zegt wie krijgt wat je verkoopt en houdt het uit elkaar van satın almak, kopen.

Het idee

De stam sat- eindigt op de stemloze medeklinker t, dus begint de uitgang van het verleden met t: sattım, sattın, sattı, nooit satdım. De klinker is de achterklinker a, dus de uitgangen krijgen hun achtervorm: satıyorum, satacağım, satarım. Een zelfstandig naamwoord als kanat wordt zacht (kanadı), maar een werkwoordstam meestal niet (alleen enkele, zoals gitmek), dus blijft sat- in elke vorm sat-. Wat je verkoopt staat in de accusatief als het bepaald is (evi satıyorum) en zonder uitgang als het algemeen is (ekmek satıyorum); de koper staat in de datief: komşuya sattım.

Patronen vergelijken
PersoonNuVerledenToekomstMeestal
bensatıyorumsattımsatacağımsatarım
sensatıyorsunsattınsatacaksınsatarsın
osatıyorsattısatacaksatar
bizsatıyoruzsattıksatacağızsatarız
sizsatıyorsunuzsattınızsatacaksınızsatarsınız
onlarsatıyorlarsattılarsatacaklarsatarlar

Voorbeelden

  • Babam eski arabayı satıyor.Mijn vader verkoopt de oude auto.
  • Ali dün bisikletini sattı.Ali heeft gisteren zijn fiets verkocht.De stam sat- eindigt op een stemloze t, dus begint de uitgang van het verleden met t: sat-tı, nooit satdı. De dubbele tt spreek je uit en schrijf je.
  • Yarın evi satacağız.Morgen verkopen we het huis.Evi is een bepaald, bekend huis en staat daarom in de accusatief: ev-i. In satacağız wordt de k van -acak voor de klinker van -ız een ğ; de stam sat- verandert niet.
  • Bu dükkân ekmek satmıyor.Deze winkel verkoopt geen brood.De ontkenning -mı- staat tussen de stam en -yor, alles in één woord: sat-mı-yor. Ekmek betekent brood in het algemeen en krijgt dus geen accusatiefuitgang.
  • Pazarcı her sabah taze domates satar.De marktkoopman verkoopt elke ochtend verse tomaten.De aoristus beschrijft wat iemand regelmatig doet. Sat- is een stam van één lettergreep, en de meeste van zulke stammen krijgen -ar: satar. Bij o is er geen persoonsuitgang.
  • Kitaplarını bana satar mısın?Wil je mij je boeken verkopen?Wie krijgt wat je verkoopt, staat in de datief: bana (aan mij). Aoristus plus mı geeft een beleefd verzoek, en mı schrijf je los: satar mısın.
  • Bu kitabı Ali'den satın aldık.Wij hebben dit boek van Ali gekocht.Satın almak betekent "kopen" en is een ander werkwoord dan satmak, "verkopen". Het zijn twee woorden, satın eerst. De verkoper staat in de ablatief met een apostrof: Ali'den.
  • satacağımik zal verkopensatacağ-ecek / -acak: de toekomende tijdım-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijnVoor -ım wordt de k van -acak een ğ: satacağım. De slot-t van de stam wordt niet zacht; sadacağım zou fout zijn.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik satmak niet voor kopen alleen omdat sat- en satın almak op elkaar lijken. Satmak betekent alleen verkopen; kopen is satın almak (in spreektaal vaak gewoon almak): Kitabı Ali'den satın aldım, niet Ali'den sattım. Let ook op de persoon: de koper krijgt -e / -a (Ali'ye sattım) en de verkoper -den / -dan (Ali'den aldım). Op een bord of in een advertentie is „te koop” satılık: Ev satılık.

Probeer het zelf

  1. Zet satmak in het verleden voor biz (wij): Gisteren hebben we de auto verkocht.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sattık

    sattık: de stam eindigt op een stemloze t, dus begint de uitgang met t (-tı), en -k betekent „wij”; satdık zou fout zijn.

  2. Zet satmak in de toekomende tijd voor ben (ik): Morgen verkoop ik de oude telefoon.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    satacağım

    satacağım: de achterklinker geeft -acak; voor de klinker van -ım wordt k een ğ, en de t van de stam blijft.

  3. Zet satmak in de ontkennende duurvorm van de tegenwoordige tijd: Deze kruidenier verkoopt geen melk.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    satmıyor

    satmıyor: de ontkenning -mı- staat tussen de stam en -yor, en de achterklinker a geeft ı.

  4. Zet satın almak in het verleden voor onlar (zij): Zij hebben het boek van Ali gekocht.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    satın aldılar / aldılar

    satın aldılar: kopen is satın almak, niet satmak; het verleden van almak is aldı, en -lar betekent „zij”; ook aldılar alleen wordt geaccepteerd.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over iets wat je hebt verkocht of gaat verkopen: één in het verleden, één in de toekomst en één ontkennend. Markeer de koper met -e / -a.