Met almak zeg je wat je koopt, krijgt of neemt, in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd.

Het idee

Almak betekent iets in handen krijgen: het kopen (ekmek almak), het ontvangen (mektup almak) of het nemen. De stam al- is regelmatig en heeft een achterklinker, dus volgen -ıyor, -dı en -acak: alıyorum, aldım, alacağım. De k van -acak wordt ğ voor een persoonsuitgang die met een klinker begint: alacağım, alacağız, maar alacaksın. Waar iets vandaan komt, krijgt -den: annemden aldım.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordigVerledenToekomend
benalıyorumaldımalacağım
senalıyorsunaldınalacaksın
oalıyoraldıalacak
bizalıyoruzaldıkalacağız
sizalıyorsunuzaldınızalacaksınız
onlaralıyorlaraldılaralacaklar

Voorbeelden

  • Ben ekmek alıyorum.Ik koop brood.
  • Dün yeni bir telefon aldım.Gisteren heb ik een nieuwe telefoon gekocht.
  • Annemden bir mektup aldım.Ik heb een brief van mijn moeder gekregen.De persoon van wie je iets krijgt, krijgt -den: annemden. Met -de (annemde) zou het bij mijn moeder betekenen.
  • Yarın bilet alacağım.Morgen koop ik een kaartje.In alacağım wordt de k van -acak een ğ, omdat de uitgang -ım met een klinker begint.
  • Her gün otobüse biniyorum.Ik neem elke dag de bus.In de bus stap je met binmek (otobüse binmek); almak zou betekenen dat je hem koopt of krijgt.
  • Burada fotoğraf çekiyoruz.We maken hier foto's.Een foto maak je met çekmek (letterlijk „trekken”); fotoğraf almak zeg je niet.
  • Bu çantayı kim aldı?Wie heeft deze tas gekocht?Een bepaald voorwerp krijgt de accusatief: bu çantayı. Het vraagwoord kim staat voor het werkwoord.
  • alıyorlarzij kopenalıyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu beziglarHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaats
  • almadımik heb niet gekochtalmadı-medi / -madı: de ontkennende verleden tijdmPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Almak is niet het algemene werkwoord voor Nederlands „nemen”. Een foto maak je met çekmek (fotoğraf çekmek) en in de bus stap je met binmek (otobüse binmek); fotoğraf almak zeggen Turken niet.

Probeer het zelf

  1. Zet almak in de toekomende tijd voor ben: Morgen koop ik een kaartje.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    alacağım

    alacağım: de k van -acak wordt ğ, omdat de uitgang -ım met een klinker begint.

  2. Zet almak in de verleden tijd voor biz: Gisteren hebben we een boek gekocht.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    aldık

    aldık: na de stemhebbende l is de verleden uitgang -dı, en -k staat voor „wij”.

  3. Zet almak in de tegenwoordige tijd (-iyor) voor sen: Je koopt nu melk.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    alıyorsun

    alıyorsun: de stam eindigt op een medeklinker, dus -ıyor sluit direct aan; de achterklinker a geeft ı, daarna -sun voor „jij”.

  4. Zet het juiste werkwoord in de verleden tijd: Ali heeft gisteren een foto gemaakt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çekti

    çekti: foto's maak je met çekmek, niet met almak; de k is stemloos, dus de uitgang is -ti.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over winkelen en post: iets wat je hebt gekocht, iets wat je van iemand kreeg (met -den) en iets wat je morgen gaat kopen.