Met uyanmak beschrijf je het einde van de slaap: een weekendgewoonte, een onderbroken nacht of een vroege start morgen. De persoon die wakker wordt is het onderwerp; het werkwoord zegt niet dat die ook uit bed komt.

Het idee

De stam uyan- heeft als laatste klinker a: je krijgt uyanıyorum, uyandım en uyanırım. De aoristus uyanırım beschrijft een algemene gewoonte; uyanıyorum kan het wakker worden op dit moment of een huidige routine uitdrukken. In uyanacağım en uyanacağız wordt de k van de toekomstuitgang een ğ vóór de klinker van de persoonsuitgang. Let op de ontkennende aoristus: uyanmam (ik word niet wakker), uyanmayız (wij worden niet wakker) en uyanmaz (hij/zij wordt niet wakker).

Patronen vergelijken
PersoonOnvoltooid tegenwoordige tijdAoristusVerleden tijdToekomende tijdOntkennende aoristus
benuyanıyorumuyanırımuyandımuyanacağımuyanmam
senuyanıyorsunuyanırsınuyandınuyanacaksınuyanmazsın
ouyanıyoruyanıruyandıuyanacakuyanmaz
bizuyanıyoruzuyanırızuyandıkuyanacağızuyanmayız
sizuyanıyorsunuzuyanırsınızuyandınızuyanacaksınızuyanmazsınız
onlaruyanıyorlaruyanırlaruyandılaruyanacaklaruyanmazlar

Voorbeelden

  • Ben hafta sonları geç uyanırım.In het weekend word ik laat wakker.
  • Bebek bugün erkenden uyandı.De baby werd vandaag vroeg wakker.
  • Biz yarın altıda uyanacağız.Morgen worden we om zes uur wakker.
  • Sessiz ol, bebek yeni uyanıyor.Wees stil, de baby wordt net wakker.
  • Dün uyandım ama yataktan kalkmadım.Gisteren werd ik wakker, maar ik kwam niet uit bed.
  • Sabahları alarm çalmadan uyanmam.Ik word ’s ochtends niet wakker zonder dat de wekker gaat.
  • Sen de gece uyandın mı?Werd jij ’s nachts ook wakker?
  • Kızım uyandı; onu ben uyandırmadım.Mijn dochter werd wakker; ik heb haar niet wakker gemaakt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Voor „de baby wakker maken” gebruik je bebeği uyandırmak: uyanmak heeft geen lijdend voorwerp. Vergelijk Bebek uyandı met Bebeği uyandırdım. Wakker worden is ook iets anders dan opstaan: uyandım ama yataktan kalkmadım. In Sen de gece uyandın mı? schrijf je zowel de als mı los.

Probeer het zelf

  1. Vul „ik word wakker” in de aoristus in voor een vaste weekendgewoonte.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uyanırım

    uyanırım: de opdracht vraagt om de aoristus voor een terugkerende gewoonte. Voeg -ır aan uyan- toe en -ım voor de spreker; uyanıyorum past ook bij een huidige routine, maar is hier niet de gevraagde vorm.

  2. Vraag hoe laat iemand vannacht wakker werd. Gebruik de verleden tijd met „jij”.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uyandın

    uyandın: dün gece plaatst de vraag in het verleden. Na de stemhebbende n van de stam begint de verleden uitgang met d; de laatste -n verwijst naar de aangesproken persoon.

  3. Zeg „morgen word ik vroeg wakker” met de eerste persoon enkelvoud van de toekomende tijd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uyanacağım

    uyanacağım: yarın en de opdracht vragen om de toekomende tijd. Vóór -ım verandert de k van -acak in ğ; de n van de stam blijft staan.

  4. De baby werd ondanks het lawaai niet wakker. Gebruik de ontkennende verleden tijd.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    uyanmadı

    uyanmadı: de baby sliep door, dus komt de ontkenning -ma- vóór de verleden uitgang -dı. Uyandırmadı zou betekenen dat iemand een ander niet wakker maakte.

Gebruik het vandaag

Schrijf met uyanırım wanneer je gewoonlijk wakker wordt, en maak daarna een zin over vannacht en een plan voor morgen. Voeg een zin toe waaruit blijkt of je zelf wakker werd of iemand anders wakker maakte.