Je leert de gerechten van een Turks ontbijt, zegt dat je ontbijt en wat je op je brood smeert.

Het idee

De Turkse ontbijttafel benoem je gerecht voor gerecht: ekmek, peynir, zeytin, yumurta, reçel, bal, tereyağı, simit, salatalık. De maaltijd zelf is kahvaltı en die „maak” je: kahvaltı yapmak. Wat je eet, volgt na kahvaltıda (bij het ontbijt). Een geteld gerecht blijft enkelvoud (iki simit), en een woord als ekmek verzacht zijn laatste k tot ğ voor een klinkeruitgang: ekmeğe.

Patronen vergelijken
VoedselUitdrukking
ekmektaze ekmek
peynirbeyaz peynir
zeytinsiyah zeytin
yumurtaiki yumurta
reçelbir kavanoz reçel
balbir kaşık bal
tereyağıbir parça tereyağı
simitsıcak simit
salatalıktaze salatalık

Voorbeelden

  • Kahvaltıda yumurta yiyorum.Bij het ontbijt eet ik eieren.
  • Sabah kahvaltı yapıyorum.’s Ochtends ontbijt ik.
  • Ekmeğe tereyağı sürüyorum.Ik smeer boter op het brood.
  • Reçel mi, bal mı istiyorsun?Wil je jam of honing?In beide vragen staat het partikel los achter het woord, maar de klinker volgt het woord: reçel mi (voorklank e) en bal mı (achterklank a).
  • Fırından iki simit alıyorum.Ik koop twee simit bij de bakker.Na een getal blijft het getelde voedsel enkelvoud: iki simit, nooit iki simitler. Fırından is fırın + -dan: bij de bakker vandaan.
  • Beyaz peynir ve siyah zeytin çok lezzetli.Witte kaas en zwarte olijven zijn erg lekker.De bijvoeglijke naamwoorden beyaz en siyah staan voor het zelfstandig naamwoord zonder uitgang, en één çok lezzetli geldt voor beide etenswaren.
  • tuzluzouttuzlu-li / -lı / -lu / -lü: met, voorzien van
  • yağsızzonder vetyağsızZonder: -siz / -sız / -suz / -süz

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Veel leerders zeggen kahvaltı yiyorum, omdat je een ontbijt „eet”. In het Turks maak je ontbijt: kahvaltı yapıyorum, en het eten eet je erbinnen: kahvaltıda yumurta yiyorum. De tweede valkuil is het brood: ekmek houdt zijn k alleen, maar ekmeğe en ekmeği hebben ğ nodig, nooit ekmeke.

Probeer het zelf

  1. Voeg het achtervoegsel -e toe aan ekmek (brood): op het brood.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ekmeğe

    ekmeğe: ekmek eindigt op k, dat voor de klinkeruitgang -e ğ wordt; dus niet ekmeke.

  2. Vul het werkwoord yapmak in de duurvorm in: Ik ontbijt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yapıyorum

    yapıyorum: een ontbijt maak je, dus het werkwoord is yapmak; de stam yap krijgt na de achterklank a -ıyor en dan -um voor „ik”.

  3. Schrijf het vraagpartikel twee keer: Wil je jam of honing?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mi mı

    mi mı: reçel eindigt op de voorklank e, dus mi; bal op de achterklank a, dus mı. De twee partikels verschillen.

  4. Voeg het achtervoegsel „met” toe aan tuz (zout): zout, gezouten.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    tuzlu

    tuzlu: de laatste klinker van tuz is u, achter en rond, dus het achtervoegsel „met” is -lu en niet -li.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over je ontbijt: wat je eet, wat je op het brood smeert en wat je voor de tafel koopt.