Drie uitdrukkingen kunnen een hele groep omvatten, maar vervullen niet dezelfde functie. Bepaal of je elk lid met een zelfstandig naamwoord benoemt, iedereen bedoelt of naar een bekende verzameling verwijst.

Het idee

Her staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en bekijkt de leden afzonderlijk: her öğrenci. Herkes duidt alle mensen aan die in de situatie bedoeld zijn, niet noodzakelijk alle mensen ter wereld. Hepsi verwijst naar een herkenbare groep of hoeveelheid in zijn geheel: biletlerin hepsi. Het kan ook mensen aanduiden. Als drie gasten al genoemd zijn, kunnen herkes en hepsi dezelfde personen bedoelen met een ander accent. Vergelijk her soruyu en hepsini: de naamvalsuitgang staat bij de eerste uitdrukking aan het zelfstandig naamwoord, bij de tweede aan het voornaamwoord. De vormen staan in de gekoppelde les over naamvallen van voornaamwoorden.

Patronen vergelijken
UitdrukkingIn context
her öğrenciHer öğrenci bir renk seçti.
herkesHerkes salonda bekliyor.
hepsiÜç konuk geldi. Hepsi burada.
biletlerin hepsiBiletlerin hepsi masanın üzerinde.
her şeyHer şey planladığımız gibi ilerliyor.

Voorbeelden

  • Her öğrenci bugün bir renk seçti.Elke leerling koos vandaag een kleur.
  • Herkes salonda sessizce bekliyor.Iedereen wacht stil in de zaal.
  • Biletlerin hepsi masanın üzerinde.Alle kaartjes liggen op tafel.
  • Üç konuk geldi; hepsi aynı otelde kalıyor.Er zijn drie gasten aangekomen; ze verblijven allemaal in hetzelfde hotel.
  • Her soruyu ayrı bir sayfaya yazın.Schrijf elke vraag op een aparte pagina.
  • Konukların hepsini kapıda karşıladık.We begroetten alle gasten bij de deur.
  • Herkesin fikri aynı olmak zorunda değil.Niet iedereen hoeft dezelfde mening te hebben.
  • Her şey planladığımız gibi ilerliyor.Alles verloopt zoals we hadden gepland.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verdeel deze woorden niet simpelweg in “mensen” en “dingen”: hepsi kan gasten bedoelen. Het vervangt ook niet elk Nederlands “alles”. Her şey, als twee woorden geschreven, kan de hele situatie beschrijven; bij hepsi moet duidelijk zijn waarnaar het verwijst. Na her blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoudig: her öğrenci.

Probeer het zelf

  1. Kies uit de woorden tussen haakjes: elke leerling moet een eigen pen meenemen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    her

    her: het volgende woord öğrenci benoemt de afzonderlijke leerlingen. Iedere leerling moet zelf voor een pen zorgen.

  2. Kies een van de twee woorden: iedereen kan deze vraag beantwoorden.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    herkes

    herkes: de lege plek is het onderwerp dat de mensen aanduidt. Alleen her is daarvoor niet voldoende; bu soruya duidt de vraag aan, niet de mensen.

  3. Kies uit de woorden tussen haakjes: ik heb de bestanden gevonden; ze bleken allemaal in dezelfde map te staan.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    hepsi

    hepsi: de bestanden zijn al genoemd en het tweede zinsdeel vertelt waar ze allemaal stonden. Herkes zou naar mensen verwijzen in plaats van naar de bestanden.

  4. Beide woorden passen: alle drie de gasten zijn klaar en kunnen vertrekken. Schrijf één van de twee.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    herkes / hepsi

    herkes / hepsi: beide passen, want de drie gasten vormen de bedoelde groep mensen. Herkes omvat iedereen in die situatie; hepsi verwijst terug naar alle drie de gasten.

Gebruik het vandaag

Beschrijf een workshop: geef een opdracht voor elke deelnemer, een uitspraak over iedereen en een over alle materialen. Verwijs daarna met hepsi naar de deelnemers en leg uit welke groep je bedoelt.