Dezelfde werkwoorden kunnen twee stappen beschrijven of één handeling met een begeleidend detail. Kies de bedoelde relatie, in plaats van elk Nederlands „en” of „terwijl” op dezelfde manier te vertalen.

Het idee

Met -ip verbind je handelingen: Annem oturup mektubu okudu presenteert gaan zitten en lezen als stappen in een verhaal. Met -erek benadruk je de manier, het middel of een begeleidende activiteit: Annem oturarak mektubu okudu vertelt dat de moeder zittend las. In deze voorbeelden hebben beide handelingen hetzelfde onderwerp; het laatste werkwoord geeft tijd en persoon aan. Het is geen strikte tegenstelling tussen „ervoor” en „tegelijk”: Çocuklar bahçede gülüp konuşuyor kan twee lopende activiteiten verbinden. Alle achtervoegselvormen staan in de gekoppelde lessen.

Patronen vergelijken
Verbonden handelingenManier of begeleidende activiteit
Annem oturup mektubu okudu.Annem oturarak mektubu okudu.
Çocuklar bahçede gülüp konuşuyor.Çocuklar bahçede gülerek konuşuyor.

Voorbeelden

  • Annem oturup mektubu okudu.Mijn moeder ging zitten en las de brief.
  • Annem oturarak mektubu okudu.Mijn moeder las de brief zittend.
  • Bugün dedem yürüyerek pazara gitti.Vandaag ging mijn opa te voet naar de markt.
  • Dedem pazara gidip peynir aldı.Mijn opa ging naar de markt en kocht kaas.
  • Çocuklar bahçede gülüp konuşuyor.De kinderen lachen en praten in de tuin.
  • Çocuklar bahçede gülerek konuşuyor.De kinderen praten lachend in de tuin.
  • Öğrenciler şekilleri çizerek öğreniyor.De leerlingen leren de vormen door ze te tekenen.
  • Babam radyoyu kapatıp balkona çıktı.Mijn vader zette de radio uit en ging het balkon op.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Wijs de ene vorm niet af alleen omdat de andere ook kan. Gülüp konuşuyor verbindt lachen en praten; gülerek konuşuyor beschrijft het praten als lachend. Beide kunnen dezelfde scène weergeven, maar leggen een ander accent. -erek betekent ook niet dat beide handelingen altijd precies even lang duren.

Probeer het zelf

  1. Annem koltuğa ___ kitabını açtı. (oturup / oturarak) Beschrijf twee stappen: eerst ging mijn moeder in de leunstoel zitten, daarna opende ze haar boek. Kies de verbindende vorm.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    oturup

    oturup: de opdracht vraagt eerst om het gaan zitten en daarna om het openen van het boek. Oturarak zou juist de zittende houding tijdens het openen benadrukken; dat is een ander accent, geen onmogelijke zin.

  2. Dedem pazara ___ gitti. (yürüyüp / yürüyerek) Benadruk hoe mijn opa naar de markt ging: te voet. Kies de vorm die de manier uitdrukt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yürüyerek

    yürüyerek: het lopen vertelt hoe de opa op de markt kwam. Yürüyüp zou lopen met een andere handeling verbinden, zonder de manier van reizen rechtstreeks te benadrukken.

  3. Şekilleri ___ öğreniyoruz. (çizip / çizerek) Tekenen is onze manier om de vormen te leren. Kies de vorm die deze methode uitdrukt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çizerek

    çizerek: het tekenen van de vormen is hier de leermethode. Çizip zou tekenen en leren kunnen verbinden, maar stelt het tekenen niet expliciet voor als het middel.

  4. Çocuklar bahçede ___ konuşuyor. (gülüp / gülerek) Verbind lachen en praten als twee activiteiten zonder een volgorde vast te leggen. Kies de verbindende vorm.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gülüp

    gülüp: de kinderen doen twee dingen, lachen en praten. Daar hoeft hier geen pauze tussen te zitten. Gülerek zou het lachen als begeleiding bij het praten benadrukken.

Gebruik het vandaag

Beschrijf iemand die zich klaarmaakt om te lezen, ergens naartoe gaat en iets leert. Gebruik één reeks handelingen en twee beschrijvingen van de manier waarop iets gebeurt. Leg telkens uit of je handelingen opsomt of antwoord geeft op „hoe?”.