Je kiest sayı, rakam of numara door naar de functie te kijken: gaat het om een hoeveelheid, een teken in de schrijfwijze van een getal of een nummer dat iets aanduidt?

Het idee

Sayı is een wiskundig getal of een aantal: öğrenci sayısı. In het tientallig stelsel is een rakam een van de cijfers 0–9: 42 is een sayı die met twee cijfers wordt geschreven. Ook 7 is als waarde een sayı en als geschreven teken een rakam. Gebruik numara voor een herkenningsnummer: telefon numarası, oda numarası. Een schoenmaat heet ook ayakkabı numarası.

Patronen vergelijken
WoordGebruikelijke combinaties
sayıöğrenci sayısı; iki basamaklı sayı
rakamson rakam; 4 ve 2 rakamları
numaratelefon numarası; oda numarası; ayakkabı numarası
sayıderginin mart sayısı

Voorbeelden

  • Bugün katılımcı sayısı arttı.Het aantal deelnemers is vandaag gestegen.
  • Buraya telefon numaranı yaz.Schrijf hier je telefoonnummer.
  • Ben bu rakamı okuyamıyorum.Ik kan dit cijfer niet lezen.
  • 42 iki basamaklı bir sayıdır.42 is een getal met twee cijfers.
  • 42 sayısında 4 ve 2 rakamları var.Het getal 42 bevat de cijfers 4 en 2.
  • Oda numaramız 42, ama otelde 60 oda var.Ons kamernummer is 42, maar het hotel heeft 60 kamers.
  • Derginin bu sayısı çok ilginç.Dit nummer van het tijdschrift is erg interessant.
  • Ayakkabı numaran kaç?Wat is je schoenmaat?

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Kijk niet alleen naar het aantal cijfers: oda sayısı telt kamers, terwijl oda numarası één kamer aanduidt. Een tijdschriftnummer heet sayı: derginin bu sayısı. In alledaagse gesprekken over bedragen hoor je ook wel rakam; het precieze onderscheid tussen getal en cijfer is hier wiskundig.

Probeer het zelf

  1. Vul de Turkse zin over een klas met 18 leerlingen aan: Öğrenci ___ 18. Kies sayısı of numarası.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sayısı

    sayısı: 18 telt alle leerlingen in de klas. Öğrenci numarası zou juist een afzonderlijke leerling aanduiden.

  2. Ik geef je mijn telefoonnummer zodat je me kunt bellen: Beni arayabilmen için telefon ___ vereyim. Kies sayımı of numaramı.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    numaramı

    numaramı: je geeft de cijferreeks waarmee iemand je kan bellen, geen aantal telefoons. Deze vorm betekent “mijn nummer” als lijdend voorwerp bij het geven.

  3. In de wiskunde is 58 een getal; 5 en 8 zijn elk een cijfer: Matematikte 58 bir sayı; 5 ve 8 ise birer ___. Kies rakam of numara.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    rakam

    rakam: 5 en 8 worden afzonderlijk bekeken als de tekens waarmee je 58 schrijft, niet als toegekende nummers.

  4. Het maartnummer van dit tijdschrift is uit: Bu derginin mart ___ çıktı. Kies sayısı of rakamı.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sayısı

    sayısı: maart duidt een uitgave van het tijdschrift aan. Het gaat niet om één geschreven cijfer, dus rakamı past niet.

Gebruik het vandaag

Beschrijf een hotel met 60 kamers en jouw kamer met nummer 42. Schrijf een zin met sayı, een met numara en een over de cijfers van 42 met rakam. Volg daarna de link naar de les over het bezitsachtervoegsel om de vormen te oefenen.