Iemand vraagt hoe je vakantie was. Noem de periode en de bestemming, kies twee of drie gebeurtenissen en sluit af met een indruk. In de dialoog ga je van je eigen reis naar activiteiten die je samen met vrienden deed.

Het idee

Begin met een tijdsaanduiding als geçen yaz (afgelopen zomer). Leid de luisteraar door de gebeurtenissen met önce (eerst), sonra (daarna) en ertesi gün (de volgende dag). In een verhaal over een voorbije reis verwijst ertesi gün naar de dag na de zojuist genoemde dag, niet naar morgen. Verbind een verandering van plan met de oorzaak via bu yüzden (dus) en sluit af met een oordeel als Gezi çok keyifliydi. Hier oefen je de opbouw van een verhaal; de vormen van de verleden tijd komen in de grammaticalessen aan bod.

Voorbeelden

  • Geçen yaz arkadaşlarımla İzmir'e gittim.Afgelopen zomer ben ik met mijn vrienden naar İzmir gegaan.
  • Önce çantalarımızı otele bıraktık.Eerst hebben we onze tassen bij het hotel afgezet.
  • Sonra birlikte sahilde yürüdük.Daarna hebben we samen langs de kust gewandeld.
  • Ertesi gün yağmur yağdı, bu yüzden müzeyi gezdik.De volgende dag regende het, dus hebben we het museum bezocht.
  • Orada iki gün kaldık.We zijn daar twee dagen gebleven.
  • İki gün sonra eve döndük.Twee dagen later zijn we naar huis teruggekeerd.
  • Yolculuk uzundu ama gezi çok keyifliydi.De reis erheen was lang, maar het uitstapje was erg leuk.
  • — Tatilin nasıldı? — Çok güzeldi. Arkadaşlarımla İzmir'e gittim. — Orada neler yaptınız? — Önce sahilde yürüdük, sonra bir kafede oturduk. Ertesi gün müzeyi gezdik.— Hoe was je vakantie? — Heel fijn. Ik ben met mijn vrienden naar İzmir gegaan. — Wat hebben jullie daar gedaan? — Eerst hebben we langs de kust gewandeld, daarna hebben we in een café gezeten. De volgende dag hebben we het museum bezocht.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik iki gün sonra niet om te zeggen hoelang je bleef. İki gün kaldık geeft een verblijf van twee dagen aan. İki gün sonra döndük plaatst de terugkeer twee dagen na een moment in het verhaal. Door sonra toe te voegen verander je het tijdsverband.

Probeer het zelf

  1. Vul een uitdrukking voor “eerst” in: we hebben onze tassen afgezet en zijn daarna naar de kust gegaan.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Önce / İlk önce / İlk olarak

    Önce, İlk önce of İlk olarak: de tassen afzetten gebeurt vóór het bezoek aan de kust. In het tweede deel staat al sonra, dus de lege plek leidt de eerste stap in.

  2. Vervang dinsdag door een tijdsaanduiding ten opzichte van maandag: de volgende dag of een dag later.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ertesi gün / Bir gün sonra

    Ertesi gün of Bir gün sonra: dinsdag is één dag na de aankomst op maandag. Het uitgangspunt is de maandag uit het verhaal, niet vandaag.

  3. Geef aan hoelang jullie zijn gebleven. Kies iki gün of iki gün sonra.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    iki gün

    iki gün: de vraag gaat over de duur van het verblijf. Twee dagen beantwoordt die vraag; iki gün sonra zou aangeven wanneer iets later gebeurde.

  4. Door de regen kozen jullie voor het museum. Druk het gevolg uit met bu yüzden of ama.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bu yüzden

    bu yüzden: door de regen werd het museum gekozen, dus het bezoek is een gevolg. Ama zou een tegenstelling aangeven in plaats van dit verband tussen oorzaak en gevolg.

Gebruik het vandaag

Speel samen een gesprek van zes beurten over een echte of verzonnen reis. Vraag hoe het was en wat er daarna gebeurde. Noem een tijd in het verleden, twee gebeurtenissen, de verblijfsduur, een veranderd plan en een laatste indruk. Wissel van rol.