Je leert het verschil tussen zelf iets doen en zorgen dat het gebeurt of het laten doen. Zoek in elke zin wie de handeling veroorzaakt, wie haar uitvoert en welk lijdend voorwerp er al is.

Het idee

Bij de causatief wordt degene die de handeling veroorzaakt het onderwerp. Vergelijk Usta rafı yaptı (de vakman maakte de plank) met Elif ustaya rafı yaptırdı (Elif liet de vakman de plank maken). Bij een overgankelijk basiswerkwoord zoals yapmak krijgt de uitvoerder meestal de datief: ustaya; het lijdend voorwerp blijft rafı. Bij een onovergankelijk basiswerkwoord zoals uyumak krijgt degene die tot de handeling wordt gebracht de accusatief: Baba bebeği uyuttu. Je kunt de uitvoerder weglaten: Elif rafı yaptırdı. Uitgangen voor tijd en persoon volgen op de causatieve stam. De bijbehorende lessen over achtervoegsels behandelen de vormkeuze; hier gaat het om de rollen.

Patronen vergelijken
BasiszinCausatieve zin
Bebek uyudu.Baba bebeği uyuttu.
Usta rafı yaptı.Elif ustaya rafı yaptırdı.

Voorbeelden

  • Bu şaka herkesi güldürdü.Deze grap maakte iedereen aan het lachen.
  • Elif ustaya rafı yaptırdı.Elif liet de vakman de plank maken.
  • Annem dün perdeleri yıkattı.Mijn moeder liet gisteren de gordijnen wassen.
  • Baba bebeği uyuttu.De vader bracht de baby in slaap.
  • Usta rafı yaptı.De vakman maakte de plank.
  • Elif rafı yaptırdı.Elif liet de plank maken.
  • Bu haber bizi sevindirdi.Dit nieuws maakte ons blij.
  • Çocuklar oynamak istedi; Derya onları bahçede oynattı.De kinderen wilden spelen; Derya liet hen in de tuin spelen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Geef niet elke uitvoerder de datief: in Bu şaka herkesi güldürdü staat herkesi in de accusatief, want gülmek heeft geen lijdend voorwerp. De causatief betekent ook niet altijd dwang: yıkattı kan een bestelde dienst beschrijven en oynattı kan in de juiste context betekenen dat iemand mag spelen.

Probeer het zelf

  1. Vul Baba ___ uyuttu aan met de juiste vorm van bebek: de vader bracht de baby in slaap.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bebeği

    bebeği: De baby is degene die slaapt, en slapen heeft geen lijdend voorwerp. De baby wordt daarom het lijdend voorwerp in de accusatief; de laatste k van bebek wordt ğ.

  2. Vul Elif ___ rafı yaptırdı aan met de juiste vorm van usta: de vakman deed het werk op verzoek van Elif.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ustaya

    ustaya: De vakman blijft degene die de plank maakt. Omdat rafı al het lijdend voorwerp is, krijgt de uitvoerder de datief, met y tussen de klinkers.

  3. De vakman maakte de plank op verzoek van Elif. Vul Elif rafı ___ aan: kies yaptı of yaptırdı.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yaptırdı

    yaptırdı: Volgens de context doet de vakman het werk. Deze vorm maakt Elif de opdrachtgever; yaptı zou zeggen dat zij de plank zelf maakte.

  4. Vul Bu şaka ___ güldürdü aan met de juiste vorm van biz: deze grap maakte ons aan het lachen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    bizi

    bizi: Wij lachen, terwijl de grap het lachen veroorzaakt. De grap is het onderwerp, dus het voornaamwoord voor ons moet in de accusatief staan, niet als bize.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie causatieve zinnen: iemand laten lachen, iets laten maken en een handeling zonder de uitvoerder te noemen. Wijs aan wie de handeling veroorzaakt en leg de naamvallen uit.