Achteraf kun je een eerdere beslissing beoordelen: wat was toen de juiste keuze? In deze les gebruik je -meliydi voor een vroegere verplichting, spijt of kritiek. De context maakt duidelijk wat er echt gebeurde.

Het idee

Vergelijk Seni aramalıyım (Ik moet je bellen) met Seni aramalıydım (Ik had je moeten bellen). Na de noodzakelijkheidsvorm komen de verleden copula en de persoonsuitgang. In zulke situaties uit het verleden klinkt vaak mee dat de betere handeling uitbleef; de context geeft de uitkomst. De ontkenning komt vóór de noodzaak: açmamalıydık betekent dat we het niet hadden moeten openen. Bij een ja-neevraag staat het vraagpartikel los en krijgt het de verleden tijd en de persoonsuitgang: beklemeli miydim?

Patronen vergelijken
Huidige verplichtingTerugblik
Seni aramalıyım.Seni aramalıydım.
Kutuyu açmamalıyız.Kutuyu açmamalıydık.

Voorbeelden

  • Dün seni aramalıydım.Ik had je gisteren moeten bellen.
  • Bu kutuyu açmamalıydık.We hadden deze doos niet moeten openen.
  • Bana önceden söylemeliydin.Je had het me van tevoren moeten vertellen.
  • Bileti evde unuttum; çantama koymalıydım.Ik heb het kaartje thuis laten liggen; ik had het in mijn tas moeten stoppen.
  • Çok tuz ekledik; daha az eklemeliydik.We hebben te veel zout toegevoegd; we hadden minder moeten toevoegen.
  • Seni beklemeli miydim?Had ik op je moeten wachten?

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Beklememeliydim betekent dat ik niet had moeten wachten: wachten was de verkeerde keuze. Beklemem gerekmiyordu betekent dat ik niet hoefde te wachten. Die tweede zin vertelt op zichzelf niet of ik toch heb gewacht.

Probeer het zelf

  1. Ik heb je gisteren niet gebeld. Kies: ik had je moeten bellen. Schrijf het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    aramalıydım

    aramalıydım: het telefoontje bleef gisteren uit, dus de beoordeling kijkt terug. aramalıyım zou een huidige verplichting uitdrukken.

  2. We openden de doos en het glas erin brak. Kies de vorm die spijt over het openen uitdrukt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    açmamalıydık

    açmamalıydık: door het openen van de doos brak het glas. Daarom beoordeelt de spreker het openen als een fout. De uitgang omvat de hele groep: wij.

  3. Je hebt op me gewacht, maar dat was niet nodig. Kies de uitdrukking die zegt dat er geen noodzaak was.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    beklemen gerekmiyordu

    beklemen gerekmiyordu: volgens de opdracht was wachten niet nodig. beklememeliydin zou de beslissing om te wachten bekritiseren, en dat is een andere bewering.

  4. Gisteren kon ik niet beslissen. Maak de vraag af: had ik op je moeten wachten?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    miydim

    miydim: de vraag gaat over mijn eerdere beslissing. Het partikel draagt de verleden copula en de eerste persoon; y verbindt de twee klinkers.

Gebruik het vandaag

Bedenk twee kleine tegenslagen. Vertel telkens wat er gebeurde en wat je had moeten doen of laten. Vraag daarna of een andere handeling gepast zou zijn geweest.