Vergelijk Ben de kahveyi beğendim (Ook ik vond de koffie lekker) met Ben kahveyi de beğendim (Ik vond ook de koffie lekker). De plaats van de partikel laat zien wie of wat erbij komt.

Het idee

Voor „ook” staat de/da na het woord of de woordgroep die je toevoegt, inclusief eventuele uitgangen: kahveyi de. Kies op basis van de laatste klinker van het vorige woord: de na e, i, ö, ü, en da na a, ı, o, u. Schrijf de partikel altijd los; die wordt nooit te/ta. Bij een ontkennend werkwoord krijg je „ook niet”: Ece de bu filmi izlemedi. Door de partikel te herhalen, sluit je beide dingen in: Çayı da kahveyi de seviyorum. Tussen zinsdelen kan die in een gesprek een voorbehoud aangeven: Bu çanta güzel de çok küçük betekent dat de tas mooi, maar erg klein is. De betekenis „maar” hangt van de context af.

Voorbeelden

  • Ben de kahveyi beğendim.Ook ik vond de koffie lekker.
  • Ben kahveyi de beğendim.Ik vond ook de koffie lekker, naast iets anders.
  • Bu kitap da pahalı.Dit boek is ook duur.
  • Evde de çalışıyorum.Ik werk ook thuis.
  • Ece de bu filmi izlemedi.Ece heeft deze film ook niet gezien.
  • Bu çanta güzel de çok küçük.Deze tas is mooi, maar erg klein.
  • Seni aradım da telefonu açmadın.Ik heb je gebeld, maar je nam niet op.
  • Çayı da kahveyi de seviyorum.Ik houd zowel van thee als van koffie.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Ben de voegt een persoon toe, kahveyi de een drankje: verplaatsen verandert dus de vergelijking. Vervang er geen naamvalsuitgang mee. In evde de geeft de uitgang de plaats aan en betekent het losse woord „ook”. Na een eigennaam gebruik je eveneens een spatie, geen apostrof: Ece de.

Probeer het zelf

  1. Vul ___ çorbayı beğendim aan: „Ook ik vond de soep lekker.” Schrijf het voornaamwoord en de partikel.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ben de

    Ben de: iemand anders vond de soep lekker en jij sluit je daarbij aan. Bende zou „bij mij” betekenen en drukt deze instemming niet uit.

  2. Vul Bu ___ çok ağır aan: „Dit boek is ook erg zwaar.” Schrijf kitap en de partikel.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kitap da

    kitap da: dit boek komt bij andere zware dingen. De laatste a vraagt om da; de slotletter p maakt daar geen ta van en verandert zelf niet in b.

  3. Vul Evde ___ çalışıyorum aan met de of da: „Ik werk ook thuis.”

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    de

    de: evde geeft de plaats al aan. Het extra woord voegt thuis toe aan de plekken waar je werkt: Evde de çalışıyorum.

  4. Kies de of da: Bu masa güzel ___ odam için çok büyük. De tafel is mooi, maar te groot voor mijn kamer.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    de

    de: de tafel is mooi, maar te groot voor de kamer. Het tweede zinsdeel beperkt het positieve oordeel en voegt geen nieuw voorwerp toe.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen met hetzelfde werkwoord: voeg in de ene een persoon toe en in de andere een voorwerp. Beschrijf daarna iets dat je mooi vindt en noem met de/da een nadeel. Leg elke verbinding uit.