Een nicht en haar neef bespreken een zomerbezoek aan het huis van hun opa in een Turks dorp. Met deze zelfgeschreven dialoog praat je over je verblijf, de hitte, de lunch en een bezoek aan de buren.

Het idee

Maak bij kalmak (blijven, verblijven) onderscheid tussen plaats en duur. Nerede kalacaksın? vraagt naar de plaats: köyde of dedemin evinde. Ne kadar kalacaksın? vraagt naar de duur: iki hafta. Samen wordt dat Köyde iki hafta kalacağım. De toekomstige tijd geeft hier plannen aan: kalacağım is “ik zal blijven” en uğrayacağız is “we zullen even langsgaan”.

Lees de tekst

Ece: Bu yaz nerede kalacaksın? Deniz: Dedemin evinde kalacağım.

Ece: Ne kadar kalacaksın? Deniz: Köyde iki hafta kalacağım.

Ece: Yarın ne yapacağız? Deniz: Yarın komşulara uğrayacağız.

Ece: Bugün hava çok sıcak. Deniz: Akşam bahçede çay içeceğiz.

Ece: Öğle yemeğinde ne var? Deniz: Öğle yemeğinde taze fasulye var.

Voorbeelden

  • Bu yaz köyde kalacağım.Deze zomer blijf ik in het dorp.
  • Köyde iki hafta kalacağım.Ik blijf twee weken in het dorp.
  • Yarın komşulara uğrayacağız.Morgen gaan we even bij de buren langs.
  • Bu yaz nerede kalacaksın?Waar verblijf je deze zomer?
  • Dedemin evinde kalacağım.Ik verblijf bij mijn opa thuis.
  • Ne kadar kalacaksın?Hoelang blijf je?
  • Yarın ne yapacağız?Wat gaan we morgen doen?
  • Öğle yemeğinde ne var?Wat eten we als lunch?
  • Öğle yemeğinde taze fasulye var.Er zijn sperziebonen voor de lunch.
  • Bugün hava çok sıcak.Het is erg warm vandaag.
  • Akşam bahçede çay içeceğiz.Vanavond drinken we thee in de tuin.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Voor een verblijf van twee weken zeg je iki hafta kalacağım, niet iki haftada kalacağım. İki haftada geeft aan binnen welke tijd iets wordt afgerond, niet hoelang dit verblijf duurt. Na iki blijft hafta enkelvoud.

Probeer het zelf

  1. Vul het antwoord aan: ik blijf in het dorp. Gebruik köy.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    köyde

    köyde: de vraag gaat over de plek waar je blijft. Köye zou een beweging naar het dorp aangeven en past daarom niet bij deze vraag.

  2. Geef aan hoelang je blijft: twee weken. Schrijf het getal voluit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    iki hafta / iki hafta boyunca

    iki hafta noemt de volledige verblijfsduur. Ook iki hafta boyunca is mogelijk; dat benadrukt “gedurende die twee weken”. In beide antwoorden krijgt hafta geen locatiefuitgang.

  3. Vul het plan aan: morgen gaan we bij de buren langs. Gebruik komşular.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    komşulara

    komşulara: de buren zijn de mensen bij wie we langsgaan. Uğramak vraagt hier om de datief; door de laatste klinker van komşular wordt de uitgang -a.

  4. Gebruik beide woorden om te zeggen dat er sperziebonen zijn voor de lunch.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    taze fasulye

    taze fasulye: het beschrijvende woord komt vóór het zelfstandig naamwoord. De uitdrukking betekent sperziebonen en beantwoordt zo de lunchvraag; var zegt dat ze er zijn.

Gebruik het vandaag

Speel het gesprek na en verander daarna de plaats en de duur. Voeg een vraag over de lunch en een plan voor morgen toe. Wissel van rol en ga daarna naar de les over uitspraken van ouders.