Je beantwoordt ja-neevragen met evet en hayır, en vragen over aanwezigheid of bezit met var en yok.

Het idee

Evet betekent ja, hayır betekent nee; allebei kunnen een kort antwoord openen: Evet, içiyorum. Vragen met var mı? (is er? heb je?) beantwoord je met var (er is) of yok (er is niet): Süt var mı? Evet, var. Hayır, yok. Bij een werkwoord zit de ontkenning in het werkwoord zelf: içmiyorum, niet içiyorum yok.

Patronen vergelijken
VraagJaNee
Süt var mı?Evet, var.Hayır, yok.
Çay içiyor musun?Evet, içiyorum.Hayır, içmiyorum.
Kalemin var mı?Evet, var.Hayır, yok.

Voorbeelden

  • Evde süt var mı?Is er melk in huis?
  • Evet, evde süt var.Ja, er is melk in huis.
  • Hayır, evde süt yok.Nee, er is geen melk in huis.Yok is het tegenovergestelde van var, dus op een var-vraag kan yok alleen al genoeg zijn. Het woord ervoor is facultatief: Evde süt yok zegt al nee.
  • Çay içiyor musun?Drink je thee?
  • Hayır, içmiyorum.Nee, ik drink geen thee.Een vraag over een handeling beantwoord je met het werkwoord, hier ontkend met -mi-: içmiyorum. Yok past hier niet, want het zegt alleen dat iets er niet is.
  • Kardeşin var mı?Heb je een broer of zus?
  • Hayır, kardeşim yok.Nee, ik heb geen broer of zus.Het Turks heeft geen werkwoord voor hebben. Het bezit krijgt de bezitsuitgang, kardeş + im, en var of yok zegt dat het er is of niet.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik yok niet als algemeen nee. Het ontkent alleen var. Op Çay içiyor musun? antwoord je Hayır, içmiyorum. Onder vrienden hoor je yok wel eens als losse nee, maar houd het als leerling eerst bij hayır.

Probeer het zelf

  1. Zeg dat er geen brood in huis is.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yok

    yok: brood is er in huis of niet, dus de vraag gaat over aanwezigheid en het nee is yok, niet een werkwoord.

  2. Zeg dat er een kat in de kamer is.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    var

    var: de kat is in de kamer, dus je zegt dat hij er is; het Turks heeft hier geen werkwoord „zijn” nodig, var is genoeg.

  3. Zeg dat je geen pen hebt: voeg aan kalem (pen) de uitgang voor „mijn” toe.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kalemim

    kalemim: de bezitsuitgang -im komt achter het zelfstandig naamwoord (laatste klinker e, woord eindigt op de medeklinker m), en daarna zegt yok dat je het niet hebt.

  4. Beantwoord de vraag Çay içiyor musun? (Drink je thee?) met het woord voor nee.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    hayır

    hayır: de vraag gaat over een handeling, dus het nee is hayır, geschreven met de ı zonder punt; hayir zou een spelfout zijn.

Gebruik het vandaag

Stel een vriend drie vragen met var mı? en één met een werkwoord. Schrijf bij elke vraag een ja- en een nee-antwoord en kies tussen evet, hayır, var en yok.