Avukat betekent advocaat, ongeacht het geslacht. Je leert een bepaalde persoon aan te wijzen, de ontvanger van een bericht te noemen en aan te geven wiens advocaat iemand is.
Het idee
De laatste t blijft voor klinkeruitgangen staan: avukatı, avukata, avukatım. De laatste klinker a vraagt om achterklinkers in de uitgangen; de locatief en ablatief zijn avukatta en avukattan. De naamval volgt op het bezit: avukatıma betekent “aan mijn advocaat”. Avukatları kan hun advocaat of hun advocaten betekenen; de context bepaalt het aantal.
| Functie | Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|---|
| Basisvorm | avukat | avukatlar |
| Accusatief: bepaald lijdend voorwerp | avukatı | avukatları |
| Datief: naar / aan | avukata | avukatlara |
| Locatief: bij | avukatta | avukatlarda |
| Ablatief: van / vanaf | avukattan | avukatlardan |
| Genitief: van de advocaat / advocaten | avukatın | avukatların |
| Bezit: mijn | avukatım | avukatlarım |
| Bezit: jouw | avukatın | avukatların |
| Bezit: zijn / haar | avukatı | avukatları |
| Bezit: ons / onze | avukatımız | avukatlarımız |
| Bezit: jullie / uw | avukatınız | avukatlarınız |
| Bezit: hun | avukatları | avukatları |
Voorbeelden
- Avukatı yarın arayacağım.Ik zal de advocaat morgen bellen.
- Avukata bugün yazdım.Ik heb de advocaat vandaag geschreven.
- Avukatım şimdi toplantıda.Mijn advocaat zit nu in een vergadering.
- Belgeler avukatta kaldı.De documenten bleven bij de advocaat.
- Avukattan kısa bir mesaj geldi.Er kwam een kort bericht van de advocaat.
- Avukatın telefonu masada.De telefoon van de advocaat ligt op tafel.
- Ben de avukatım.Ik ben ook advocaat.
- Avukatlar koridorda bekliyor.De advocaten wachten op de gang.
- avukatlarımızaaan onze advocatenavukatlarHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsımız-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzea-e / -a / -ye / -ya: naar, aan
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
Lees avukatım niet altijd als “ik ben advocaat”. In Avukatım şimdi toplantıda. is het het onderwerp “mijn advocaat”; in Ben de avukatım. geeft het het beroep van de spreker aan. Verander ook de t niet in een d: schrijf avukatı, niet avukadı.
Probeer het zelf
Vul aan: Ik heb deze advocaat gisteren gebeld.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
avukatı
avukatı: bu wijst een bepaalde advocaat aan die gebeld werd. Daarom krijgt het lijdend voorwerp de accusatief met de puntloze ı; de t blijft staan.
Vul aan: Mijn advocaat heeft vandaag vrij.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
avukatım
avukatım: benim geeft de bezitsrelatie aan. De advocaat van de spreker heeft vrij; de uitgang noemt dus niet het beroep van de spreker zelf.
Vul aan: De documenten bleven bij de advocaat.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
avukatta
avukatta: de documenten bleven bij de advocaat; er is geen beweging naar iemand toe. Na de laatste t begint de plaatsuitgang ook met t: samen tt.
Vul “aan onze advocaten” in: We hebben het bericht aan onze advocaten gestuurd.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
avukatlarımıza
avukatlarımıza: meerdere advocaten van “ons” ontvangen het bericht. Voeg eerst meervoud -lar, dan bezit -ımız en daarna datief -a toe.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Vul aan: Ik heb deze advocaat gisteren gebeld.
Vul aan: Mijn advocaat heeft vandaag vrij.
Vul aan: De documenten bleven bij de advocaat.
Vul “aan onze advocaten” in: We hebben het bericht aan onze advocaten gestuurd.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: aan onze advocaten
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf een kort verzonnen gesprek over een bericht aan een advocaat. Gebruik een naamvalsvorm en een bezitsvorm en leg uit naar wie elke uitgang verwijst.

