Je leert „met mij”, „met jou” en „met hen” zeggen door -le/-la aan de juiste vorm van elk persoonlijk voornaamwoord te hechten.

Het idee

-le/-la komt aan de genitiefvorm van het voornaamwoord, niet aan het kale voornaamwoord: ben wordt benimle, sen wordt seninle, o wordt onunla, biz wordt bizimle en siz wordt sizinle. De laatste klinker bepaalt de vorm: -la na onun (ook bunun, şunun), -le na de andere vormen. Onlar is de uitzondering en neemt het achtervoegsel direct: onlarla. Bu en şu gedragen zich als o: bununla, şununla.

Patronen vergelijken
VoornaamwoordVorm voor het achtervoegselAchtervoegselMet het voornaamwoord
benbenim-lebenimle
sensenin-leseninle
oonun-laonunla
bizbizim-lebizimle
sizsizin-lesizinle
onlaronlar-laonlarla
bubunun-labununla

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Breng de genitief niet over op onlar: goed is onlarla, niet onlarınla. Verwar ook onunla (met één persoon) niet met onlarla (met meer personen). In spreektaal hoor je benle en senle, maar in geschreven en zorgvuldige taal zeg je benimle en seninle.

Probeer het zelf

  1. Maak „met mij” van ben (ik).

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    benimle

    benimle: ben wordt eerst benim; die vorm eindigt op de medeklinker m en de klinker i is voor, dus volgt -le zonder y.

  2. Maak „met hem, met haar” van o.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    onunla

    onunla: o krijgt een n en wordt onun; de laatste klinker u is achter, dus volgt -la en niet -le.

  3. Maak „met jullie / met u” van siz.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sizinle

    sizinle: siz wordt sizin en eindigt op de medeklinker n, dus een y is niet nodig; de voorklinker i geeft -le.

  4. Maak „met hen” van onlar.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    onlarla

    onlarla: onlar is al meervoud en eindigt op r, dus het achtervoegsel komt er direct aan, zonder genitief; de klinker a geeft -la.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over met wie je leert, eet of wandelt: één met benimle of bizimle, één met onunla en één met onlarla. Controleer met welke klinker elke voornaamwoordvorm eindigt.