Met anlatmak leg je een plan uit of vertel je een verhaal. Je onderscheidt de luisteraar van de inhoud en kiest een vorm voor nu, gisteren, morgen of een gewoonte.

Het idee

De luisteraar krijgt de datief: bana, sana, bize. Bepaalde inhoud krijgt de accusatief, zoals in Bana planı anlat; een onbepaald sprookje kan zonder uitgang staan: masal anlatmak. De stam anlat- behoudt zijn t: anlatıyorum, anlattım, anlatacağım. Gebruik anlatırım voor een gewoonte en anlatmıyorum voor een ontkenning in het heden. De gewone gebiedende wijs is anlat; anlatır mısın? vormt een verzoek, met mısın los geschreven.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordigVerledenToekomstGewoonteOntkennend tegenwoordig
benanlatıyorumanlattımanlatacağımanlatırımanlatmıyorum
senanlatıyorsunanlattınanlatacaksınanlatırsınanlatmıyorsun
oanlatıyoranlattıanlatacakanlatıranlatmıyor
bizanlatıyoruzanlattıkanlatacağızanlatırızanlatmıyoruz
sizanlatıyorsunuzanlattınızanlatacaksınızanlatırsınızanlatmıyorsunuz
onlaranlatıyorlaranlattılaranlatacaklaranlatırlaranlatmıyorlar

Voorbeelden

  • Bana planı anlat.Leg me het plan uit.
  • Öğretmen konuyu anlatıyor.De leerkracht legt het onderwerp uit.
  • Dedem bize masal anlatır.Mijn opa vertelt ons sprookjes.
  • Dün sana her şeyi anlattım.Ik heb je gisteren alles verteld.
  • Yarın toplantıda sonucu anlatacağım.Morgen zal ik op de vergadering het resultaat toelichten.
  • Bu konuyu şimdi anlatmıyorum.Ik leg dit onderwerp nu niet uit.
  • Bunu bana tekrar anlatır mısın?Kun je me dit nog eens uitleggen?
  • Sen anlatıyorsun, ben anlıyorum.Jij legt uit en ik begrijp het.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Anlattım betekent ik heb verteld of uitgelegd; anladım betekent ik heb begrepen. Als je de spreker niet begreep, zeg je Anlamadım. Anlatmadım zegt juist dat je niets hebt verteld of uitgelegd.

Probeer het zelf

  1. Vul anlatmak in de tegenwoordige tijd in: ik leg nu het plan uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    anlatıyorum

    anlatıyorum: şimdi geeft aan dat de uitleg nu bezig is. De stam krijgt -ıyor en -um wijst de spreker aan; de t van de stam blijft staan.

  2. Vul anlatmak in de verleden tijd in: ik heb je gisteren alles verteld.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    anlattım

    anlattım: dün plaatst het vertellen op gisteren. Na de stemloze t volgt -tı, waardoor er twee t’s naast elkaar staan; -m wijst de spreker aan.

  3. Vul anlatmak in de toekomende tijd in: morgen zal ik het resultaat uitleggen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    anlatacağım

    anlatacağım: yarın verwijst naar de toekomst. Voor de ik-uitgang -ım wordt de k van de toekomstuitgang een ğ: anlatacak → anlatacağım.

  4. Zet sen in de juiste naamval: ik zal dit onderwerp aan jou uitleggen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sana

    sana: Jij bent de luisteraar, terwijl bu konuyu de inhoud is. Daarom krijgt sen de datiefvorm sana, niet sene of seni.

Gebruik het vandaag

Leg iemand een eenvoudig plan uit in drie zinnen: wat je gisteren uitlegde, wat je nu uitlegt en wat je morgen zult uitleggen. Noem de luisteraar één keer en oefen daarna met vragen om nog een uitleg.