Gelijkenis kan gaan over een gezicht, een geluid, een materiaal of een idee. Met benzemek benoem je overeenkomsten zonder te zeggen dat twee dingen identiek zijn.

Het idee

Waar iemand of iets op lijkt, krijgt de datief: birine/bir şeye benzemek. In Sesin annemin sesine benziyor is jouw stem het onderwerp; de stem van mijn moeder is het vergelijkingspunt. Birbirine benzemek betekent op elkaar lijken. De stam benze- geeft benziyor, maar benzedi, benzeyecek en benzer. De voortdurende tegenwoordige tijd kan ook een blijvende gelijkenis beschrijven en hoeft geen verandering aan te geven. De ontkenning is benzemiyor, de vraag benziyor mu?.

Patronen vergelijken
OnderwerpVoortdurende tegenwoordige tijdVerleden tijdToekomende tijdAoristusOntkennende tegenwoordige tijd
benbenziyorumbenzedimbenzeyeceğimbenzerimbenzemiyorum
senbenziyorsunbenzedinbenzeyeceksinbenzersinbenzemiyorsun
obenziyorbenzedibenzeyecekbenzerbenzemiyor
bizbenziyoruzbenzedikbenzeyeceğizbenzerizbenzemiyoruz
sizbenziyorsunuzbenzedinizbenzeyeceksinizbenzersinizbenzemiyorsunuz
onlarbenziyorlarbenzedilerbenzeyeceklerbenzerlerbenzemiyorlar

Voorbeelden

  • Bu bulut tavşana benziyor.Deze wolk lijkt op een konijn.
  • Sesin annemin sesine benziyor.Jouw stem lijkt op de stem van mijn moeder.
  • İki tasarım birbirine benziyor.De twee ontwerpen lijken op elkaar.
  • Bu kumaş ipeğe benziyor ama aslında pamuk.Deze stof lijkt op zijde, maar is eigenlijk katoen.
  • Yeni çizimim eskisine hiç benzemiyor.Mijn nieuwe tekening lijkt helemaal niet op mijn oude.
  • Çocukken teyzeme benzerdim, şimdi anneme benziyorum.Als kind leek ik op mijn tante van moederskant; nu lijk ik op mijn moeder.
  • Kule tamamlanınca dev bir kaleme benzeyecek.Als de toren klaar is, zal hij op een reusachtig potlood lijken.
  • Bu iki plan birbirine benzese de farklı sorunları çözüyor.Hoewel deze twee plannen op elkaar lijken, lossen ze verschillende problemen op.
  • Sence bu taş bir kalbe benziyor mu?Vind je dat deze steen op een hart lijkt?

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik bij benzemek geen lijdend voorwerp voor het vergelijkingspunt: zeg ona benziyorum, niet onu benziyorum. Onderscheid ook Bu logo bir kuşa benziyor (dit logo lijkt op een vogel) van Ben bu logoyu bir kuşa benzetiyorum (ik vergelijk dit logo met een vogel). In de tweede zin is degene die vergelijkt het onderwerp.

Probeer het zelf

  1. Vul de juiste vorm van kardeşim in: ik lijk op mijn broer of zus.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kardeşime

    kardeşime: voeg -e toe aan kardeşim (mijn broer of zus). De bezitsuitgang -im blijft staan omdat je met je eigen broer of zus vergelijkt.

  2. Gebruik benzemek in de derde persoon enkelvoud van de voortdurende tegenwoordige tijd: deze vorm lijkt op een ster.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    benziyor

    benziyor: de laatste e van benze- wordt i voor -yor. Het onderwerp is één vorm; een uitgang voor de eerste persoon is dus niet nodig.

  3. Gebruik benzemek in de eerste persoon enkelvoud van de toekomende tijd: als ik oud word, zal ik op mijn opa lijken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    benzeyeceğim

    benzeyeceğim: voor de toekomende tijd behoudt benze- zijn e en krijgt het een verbindende y. De k van -ecek wordt ğ voor de klinker van de persoonsuitgang.

  4. Kies benzemek of benzetmek in de eerste persoon enkelvoud van de voortdurende tegenwoordige tijd: ik vergelijk dit logo met een vogel.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    benzetiyorum

    benzetiyorum: de spreker maakt de vergelijking en bu logoyu is het lijdend voorwerp. Met benziyorum zou de spreker zelf op de vogel lijken.

Gebruik het vandaag

Beschrijf twee overeenkomsten en één verschil tussen twee ontwerpen. Gebruik eenmaal birbirine en herschrijf een waarneming met benzetmek en jezelf als onderwerp. Oefen daarna yaklaşmak.