Gebruik çağırmak als je wilt dat iemand komt, bijvoorbeeld naar de keuken of voor het ontbijt. De plaats of gelegenheid helpt bepalen of je iemand roept of uitnodigt.

Het idee

De geroepen persoon is het lijdend voorwerp: beni çağır betekent roep mij. Een bepaalde persoon krijgt de accusatief, de plaats of gelegenheid de datief: komşuları kahvaltıya çağırmak. De stam çağır- blijft heel in çağırıyorum, çağırdım en çağırırım. In çağıracağım en çağıracağız verandert de k van het toekomstsuffix in ğ. De tabel geeft meervoudsvormen voor onlar; bij een meervoudig onderwerp dat mensen aanduidt, is ook een enkelvoudige werkwoordsvorm mogelijk.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordige duurvormVerleden tijdToekomende tijdAoristusOntkennende tegenwoordige tijd
bençağırıyorumçağırdımçağıracağımçağırırımçağırmıyorum
sençağırıyorsunçağırdınçağıracaksınçağırırsınçağırmıyorsun
oçağırıyorçağırdıçağıracakçağırırçağırmıyor
bizçağırıyoruzçağırdıkçağıracağızçağırırızçağırmıyoruz
sizçağırıyorsunuzçağırdınızçağıracaksınızçağırırsınızçağırmıyorsunuz
onlarçağırıyorlarçağırdılarçağıracaklarçağırırlarçağırmıyorlar

Voorbeelden

  • Annem bizi mutfağa çağırıyor.Mijn moeder roept ons naar de keuken.
  • Öğretmen bugün velileri çağırdı.De leerkracht heeft de ouders vandaag laten komen.
  • Yarın komşuları kahvaltıya çağıracağız.Morgen zullen we de buren uitnodigen voor het ontbijt.
  • Dedem her pazar bizi yemeğe çağırır.Mijn opa nodigt ons elke zondag uit om te komen eten.
  • Bu akşam kimseyi çağırmıyoruz.We nodigen vanavond niemand uit.
  • Beni de toplantıya çağırır mısınız?Wilt u mij ook uitnodigen voor de vergadering?
  • Babam teyzemi telefonla aradı ve eve çağırdı.Mijn vader heeft mijn tante gebeld en haar bij ons thuis uitgenodigd.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Iemand roepen is iets anders dan iemand opbellen. Çağırmak zegt op zichzelf niets over een telefoon; daarvoor gebruik je aramak. Telefonla aramak beschrijft het bellen, eve çağırmak de uitnodiging om thuis langs te komen. Beide kunnen in hetzelfde gesprek gebeuren.

Probeer het zelf

  1. Vul de tegenwoordige duurvorm in: Ik roep de kinderen nu naar de keuken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çağırıyorum

    çağırıyorum: ben vraagt om de eerste persoon enkelvoud en şimdi duidt een handeling aan die nu bezig is. De stam behoudt zijn puntloze ı voor -ıyor.

  2. Vul de toekomende tijd in: We zullen de buren morgen uitnodigen voor het ontbijt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çağıracağız

    çağıracağız: De groep die biz noemt, zal de buren uitnodigen. De k van het toekomstsuffix wordt ğ voor de klinker van de persoonsuitgang.

  3. Kies het voornaamwoord voor mij: De leerkracht heeft mij uitgenodigd voor de vergadering.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    beni

    beni: Ik ben degene die wordt uitgenodigd, dus is de accusatief nodig. Bana betekent aan mij; de bestemming staat al in toplantıya.

  4. Kies het werkwoord voor telefoneren: Mijn vader heeft mijn tante gisteren gebeld.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    aradı

    aradı: De opdracht vraagt naar een telefoongesprek. Çağırdı zou betekenen dat de vader de tante riep of uitnodigde, niet alleen dat hij haar opbelde.

Gebruik het vandaag

Schrijf een uitnodiging voor het ontbijt en een verzoek om iemand naar een kamer te roepen. Onderstreep de persoon en de bestemming. Voeg een zin over opbellen toe en ga daarna verder met tanımak.