Je vervoegt çıkmak in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en kiest tussen -den (een plaats verlaten) en -e/-a (naar een plaats omhoog gaan).

Het idee

De stam van çıkmak is çık- en verandert nooit: çıkıyorum, çıktım, çıkacağım. De klinker van -iyor volgt de harmonie (çıkıyor), en de verleden tijd begint na de stemloze k met t (çıktı). De plaats die je verlaat krijgt -den/-dan: evden çıkıyorum. Een plaats waar je op klimt krijgt -e/-a: dağa çıkmak. Zonder plaats betekent het werkwoord 'verschijnen': Güneş çıktı.

Patronen vergelijken
PersoonTegenwoordigVerledenToekomst
bençıkıyorumçıktımçıkacağım
sençıkıyorsunçıktınçıkacaksın
oçıkıyorçıktıçıkacak
bizçıkıyoruzçıktıkçıkacağız
sizçıkıyorsunuzçıktınızçıkacaksınız
onlarçıkıyorlarçıktılarçıkacaklar

Voorbeelden

  • Ben her sabah evden çıkıyorum.Ik ga elke ochtend het huis uit.De plaats die je verlaat krijgt -den: ev → evden. Het voornaamwoord ben mag wegvallen: Her sabah evden çıkıyorum.
  • Dün akşam dışarı çıktık.Gisteravond zijn we uitgegaan.Het woord dışarı (naar buiten) heeft hier geen uitgang nodig. Het verleden begint na de stemloze k met t: çık-tı-k.
  • Çocuklar ağaca çıktı.De kinderen klommen in een boom.Met -e/-a betekent çıkmak: naar een plek omhoog gaan. Het zelfstandig naamwoord ağaç verzacht voor een klinker: ağaç → ağaca.
  • Ali bugün işten erken çıkmıyor.Ali gaat vandaag niet vroeg van zijn werk weg.İş eindigt op de stemloze ş, dus de uitgang begint met t: işten. Voor -yor wordt de ontkenning -ma tot -mı-: çık-mı-yor.
  • Yarın dağa çıkacağız.Morgen gaan we de berg op.Voor een klinker wordt de k van -acak zacht tot ğ: -acağız. De stam çık- houdt zijn k: çıkacağız, niet çığacağız.
  • Güneş çıktı.De zon kwam door.Zonder plaats betekent çıkmak verschijnen of tevoorschijn komen. De verleden tijd is weer çıktı.
  • çıkıyorumik ga naar buitençıkıyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
  • çıktılarze gingen naar buitençıktı-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)larHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaats
  • çıkacağızwe gaan naar buitençıkacağ-ecek / -acak: de toekomende tijdız-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Wie net gidiyorum heeft geleerd, verzacht de stam en schrijft çığıyorum of çığacağım, maar çık- houdt zijn k. De tweede fout is de naamval: evde çıkıyorum betekent niet 'ik ga het huis uit', daarvoor heb je evden nodig, en -e wijst de andere kant op, namelijk omhoog naar een plaats.

Probeer het zelf

  1. Vul aan: Ik ga het huis uit. Gebruik de onvoltooid tegenwoordige tijd van çıkmak.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çıkıyorum

    çıkıyorum: de stam çık- houdt zijn k, en -iyor krijgt de klinker ı, passend bij de ı ervoor.

  2. Vul aan: We zijn uitgegaan. Gebruik de verleden tijd van çıkmak.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çıktık

    çıktık: k is stemloos, dus de verleden-tijduitgang begint met t (-tı), gevolgd door het -k van de eerste persoon meervoud.

  3. Vul aan: De kinderen gaan morgen de berg op. Gebruik de toekomende tijd van çıkmak.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çıkacak / çıkacaklar

    çıkacak of çıkacaklar: na ı vraagt de toekomende tijd -acak om de achterklinker a, en het meervoud -lar is hier optioneel.

  4. Voeg de ablatief toe aan sınıf (klas): we gaan de klas uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sınıftan

    sınıftan: f is stemloos, dus de ablatief begint met t; de achterklinker ı geeft -tan, en dit is de plaats die je verlaat.

Gebruik het vandaag

Schrijf drie zinnen over wanneer je het huis, de school of je werk verlaat, en één over het beklimmen van een heuvel, een dak of een boom. Onderstreep elke naamvaluitgang en controleer of de stam zijn k nog heeft.