Met dağıtmak deel je dingen uit aan meerdere mensen of beschrijf je het maken van rommel. Je benoemt de spullen en hun ontvangers en kiest een vorm voor nu, gisteren of morgen.

Het idee

De stam dağıt- houdt zijn t: dağıtıyorum, dağıttım, dağıtacağım, dağıtırım. In de verleden tijd komen de t van de stam en die van de uitgang samen. Een bepaald voorwerp krijgt de accusatief, de ontvanger de datief: kalemleri öğrencilere dağıtmak. Een algemeen object kan zonder naamvalsuitgang blijven: yemek dağıtmak. De ontkennende tegenwoordige vorm is dağıtmıyorum. De tabel geeft meervoudsvormen bij onlar; bij een meervoudig menselijk onderwerp kan het werkwoord ook in het enkelvoud staan.

Patronen vergelijken
OnderwerpTegenwoordige tijdVerleden tijdToekomende tijdAoristus
bendağıtıyorumdağıttımdağıtacağımdağıtırım
sendağıtıyorsundağıttındağıtacaksındağıtırsın
odağıtıyordağıttıdağıtacakdağıtır
bizdağıtıyoruzdağıttıkdağıtacağızdağıtırız
sizdağıtıyorsunuzdağıttınızdağıtacaksınızdağıtırsınız
onlardağıtıyorlardağıttılardağıtacaklardağıtırlar

Voorbeelden

  • Ben kartları dağıtıyorum.Ik deel de kaarten uit.
  • Çocuk odayı dağıttı.Het kind heeft de kamer overhoopgehaald.
  • Yarın broşürleri dağıtacağız.Morgen delen we de brochures uit.
  • Öğretmen kalemleri öğrencilere dağıtıyor.De docent deelt de potloden uit aan de leerlingen.
  • Her cuma komşulara yemek dağıtırız.Elke vrijdag delen we eten uit aan de buren.
  • Lütfen oyuncakları etrafa dağıtma.Strooi het speelgoed alsjeblieft niet overal rond.
  • Broşürleri şimdi dağıtmıyoruz.We delen de brochures nu niet uit.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vertaal niet elk gebruik met “uitdelen”: odayı dağıtmak betekent de kamer overhoophalen en oyuncakları etrafa dağıtmak betekent speelgoed overal rondstrooien. Çocuklara noemt de ontvangers. Bij çocukları dağıtmak zijn de kinderen juist het object; het kan betekenen dat je hen uiteendrijft.

Probeer het zelf

  1. Dün kartları ___. (dağıtmak, biz) Vul de verleden tijd in: gisteren hebben we de kaarten uitgedeeld.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dağıttık

    dağıttık: gisteren vraagt om de verleden tijd en “wij” om -k. Voeg -tı en -k toe aan dağıt-; beide letters t blijven staan. Dağıttım zou alleen over de spreker gaan.

  2. Yarın broşürleri ___. (dağıtmak, biz) Gebruik de toekomstige tijd: morgen delen we de brochures uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dağıtacağız

    dağıtacağız: het uitdelen staat voor morgen gepland. De k van de toekomstige tijd wordt ğ vóór de klinker van de wij-uitgang. De t van de stam verandert niet.

  3. Kalemleri ___ dağıtıyorum. (çocuklar) Voeg de uitgang toe: ik deel de potloden uit aan de kinderen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    çocuklara

    çocuklara: de potloden worden uitgedeeld en de kinderen ontvangen ze. Voeg daarom datief -a toe aan çocuklar. Met accusatief çocukları zouden de kinderen het uitgedeelde object worden.

  4. Lütfen odayı ___. (dağıtmak, sen, olumsuz emir) Vraag één persoon om de kamer niet overhoop te halen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dağıtma

    dağıtma: je vraagt één persoon om geen rommel te maken. De ontkennende gebiedende wijs eindigt op -ma; met alleen dağıt zou je juist het tegenovergestelde vragen.

Gebruik het vandaag

Plan een kleine bijeenkomst: wat deel je morgen uit en aan wie? Voeg een zin toe over wat jullie gisteren uitdeelden en vraag iemand de kamer niet overhoop te halen. Oefen daarna tellen met saymak.