Je leert zeggen wat je wilt, beleefd om iets vragen en een tweede werkwoord voor istemek zetten om te zeggen wat je wilt doen.
Het idee
istemek betekent willen en vragen om. De stam is iste-, en voor -iyor wordt de laatste e een i: istiyorum, niet isteyorum. Iets algemeens staat zonder uitgang (çay istiyorum), iets bepaalds krijgt -i (bu kitabı istiyorum). Wat je wilt doen, staat ervoor in de infinitief: eve gitmek istiyorum.
| Persoon | Tegenwoordig | Ontkenning | Verleden | Beleefde vorm (aorist) |
|---|---|---|---|---|
| ben | istiyorum | istemiyorum | istedim | isterim |
| sen | istiyorsun | istemiyorsun | istedin | istersin |
| o | istiyor | istemiyor | istedi | ister |
| biz | istiyoruz | istemiyoruz | istedik | isteriz |
| siz | istiyorsunuz | istemiyorsunuz | istediniz | istersiniz |
| onlar | istiyorlar | istemiyorlar | istediler | isterler |
Voorbeelden
- Ben bir çay istiyorum.Ik wil een thee.Het gewenste is algemeen, dus çay krijgt geen uitgang. Het voornaamwoord ben mag wegvallen: Bir çay istiyorum.
- Yarın eve gitmek istiyorum.Ik wil morgen naar huis gaan.Het werkwoord gitmek blijft een infinitief. Alleen istiyorum draagt de persoon: gitmek istiyorum.
- Çocuklar dışarıda oynamak istiyor.De kinderen willen buiten spelen.Na een meervoudig onderwerp mag het werkwoord enkelvoud blijven: istiyor en istiyorlar zijn allebei gewoon.
- Bu kitabı istiyorum.Ik wil dit boek.Met bu is het voorwerp bepaald, dus het krijgt -i. De p van kitap wordt voor de klinker een b: kitabı.
- Şimdi su istemiyorum.Ik wil nu geen water.De ontkenning zit in het werkwoord: iste-mi-yor-um. Het water krijgt geen apart ontkennend woord.
- Bir kahve isterim.Ik wil graag een koffie.De vorm isterim in de brede tijd is de gebruikelijke beleefde manier om iets te bestellen of te vragen.
- Ne istersiniz?Wat wilt u?De uitgang -siniz is het beleefde of meervoudige u. Zo vraagt een ober het.
- Dün Ayşe'den yardım istedim.Gisteren heb ik Ayşe om hulp gevraagd.De persoon bij wie je iets vraagt, krijgt -den en de zaak blijft zonder uitgang: Ayşe'den yardım. De verleden tijd is istedim.
- Sen ne istiyorsun?Wat wil jij?
- istiyorhij, zij wilistiyor-iyor / -ıyor / -uyor / -üyor: nu bezigDe laatste e van iste- valt voor -iyor weg: iste- + -iyor = istiyor.
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
Wie „ik wil gaan” woord voor woord vertaalt, vervoegt vaak ook het eerste werkwoord: gidiyorum istiyorum of git istiyorum. Het werkwoord voor istemek blijft een infinitief op -mek/-mak; alleen istemek draagt persoon en tijd: gitmek istiyorum, gitmek istiyoruz, gitmek istemiyorum.
Probeer het zelf
Vul istemek in de tegenwoordige tijd in: Ik wil een thee.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
istiyorum
istiyorum: de laatste e van iste- wordt voor -yor een i, en -um staat voor ben; isteyorum is fout.
Vul istemek in de tegenwoordige tijd in: Wij willen naar de bioscoop gaan.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
istiyoruz
istiyoruz: gitmek blijft een infinitief, dus alleen istemek krijgt de uitgang voor biz; na -yor is dat -uz.
Vul istemek ontkennend in de tegenwoordige tijd in: Ik wil nu geen water.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
istemiyorum
istemiyorum: de ontkenning staat tussen stam en tijd, iste-mi-yor-um; voor -yor wordt -me- tot -mi-. Het zelfstandig naamwoord su heeft geen eigen ontkenning nodig.
Vul istemek in de verleden tijd in: Mijn zus heeft me gisteren om een pen gevraagd.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
istedi
istedi: de stam eindigt op een klinker en e is een voorklinker, dus de verleden tijd krijgt -di; de derde persoon heeft geen persoonsuitgang. benden staat in de ablatief: de persoon bij wie je iets vraagt, krijgt -den.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Vul istemek in de tegenwoordige tijd in: Ik wil een thee.
Vul istemek in de tegenwoordige tijd in: Wij willen naar de bioscoop gaan.
Vul istemek ontkennend in de tegenwoordige tijd in: Ik wil nu geen water.
Vul istemek in de verleden tijd in: Mijn zus heeft me gisteren om een pen gevraagd.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: hij, zij wil
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf vier zinnen over wat je vandaag wilt: twee met een voorwerp, twee met een werkwoord op -mek of -mak. Controleer dat alleen istemek de persoonsuitgang draagt.

