Je vervoegt vermek in de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd en zegt wie wat krijgt.
Het idee
Vermek heeft een ontvanger nodig: wie iets krijgt, krijgt -e/-a (anneme, ona), en het gegeven ding blijft zonder uitgang als het algemeen is (çiçek) of staat in de accusatief als het bepaald is (kitabı). De stam ver- verandert nooit: veriyorum, verdim, vereceğim. Alleen de uitgang van de toekomende tijd verzacht: voor een klinker wordt de k van -ecek een ğ (vereceğim, vereceğiz), voor een medeklinker blijft de k (verecek, vereceksin).
| Persoon | Tegenwoordig (-iyor) | Verleden (-di) | Toekomst (-ecek) |
|---|---|---|---|
| ben | veriyorum | verdim | vereceğim |
| sen | veriyorsun | verdin | vereceksin |
| o | veriyor | verdi | verecek |
| biz | veriyoruz | verdik | vereceğiz |
| siz | veriyorsunuz | verdiniz | vereceksiniz |
| onlar | veriyorlar | verdiler | verecekler |
Voorbeelden
- Anneme çiçek veriyorum.Ik geef mijn moeder bloemen.De ontvanger staat in de datief: anne + m (mijn) + e geeft anneme. Çiçek is iets algemeens en blijft zonder uitgang.
- Ali bana su verdi.Ali heeft me water gegeven.
- Kitabı öğretmene vereceğim.Ik zal het boek aan de leraar geven.Kitabı is één bepaald boek, dus -ı, en p wordt b voor de klinker. De leraar is de ontvanger en krijgt -e.
- Ahmet'e bir şey vermedim.Ik heb Ahmet niets gegeven.De apostrof scheidt de naam van -e. De ontkenning -me staat direct na de stam: ver-me-di-m.
- verdimik gafverdi-di, -dı, -du, -dü, -ti: de verleden tijd (geldi, yaptı)mPersoonsuitgangen van de verleden tijd: -m, -n, -k, -niz, -ler
- vermiyorumik geef nietvermiyor-miyor / -mıyor / -muyor / -müyor: niet doenum-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
- vereceğizwij zullen gevenvereceğ-ecek / -acak: de toekomende tijdiz-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijn
- Bana bir bardak su verir misin?Kun je me een glas water geven?Verir misin? is een vraag die als beleefd verzoek dient; die tijd komt later. Het vraagdeeltje mi schrijf je los: misin.
Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Turkse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst nog steeds lezen.
Let op
Zet de ontvanger niet in de accusatief: het is Ona veriyorum en niet Onu veriyorum, want dan wordt de persoon zelf het ding dat wordt overhandigd. Zeg Ahmet'e veriyorum, nooit Ahmet'i veriyorum. Schrijf ook nooit verecekim: de k wordt ğ, dus vereceğim.
Probeer het zelf
Geef de tegenwoordige tijd voor o (hij, zij, het): geeft.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
veriyor
veriyor: de stam ver- blijft, -iyor is de uitgang van de tegenwoordige tijd en bij o komt geen persoonsuitgang.
Geef de verleden tijd voor ben (ik): gaf.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
verdim
verdim: r is stemhebbend, dus de uitgang van de verleden tijd begint met d (-di), en -m staat voor ben.
Voeg de uitgang van de ontvanger toe: Ik geef de leraar een boek.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
öğretmene
öğretmene: de ontvanger krijgt de datief en de laatste klinker e van öğretmen is een voorklinker, dus -e.
Geef de toekomende tijd voor biz (wij): zullen geven.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
vereceğiz
vereceğiz: -ecek ontmoet de klinker van -iz, dus k wordt ğ; de stamklinker e is een voorklinker, dus -ecek en niet -acak.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Turkse zinnen en woorden weer in elkaar. We bewaren je score.
Geef de tegenwoordige tijd voor o (hij, zij, het): geeft.
Geef de verleden tijd voor ben (ik): gaf.
Voeg de uitgang van de ontvanger toe: Ik geef de leraar een boek.
Geef de toekomende tijd voor biz (wij): zullen geven.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik gaf
Tik de delen in de juiste volgorde aan om dit woord te maken: ik geef niet
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf drie zinnen over iets geven aan iemand uit je familie: een in de tegenwoordige tijd, een in het verleden en een in de toekomst. Onderstreep telkens de uitgang van de ontvanger.

