Je kiest getirmek of götürmek wanneer iemand een voorwerp verplaatst of een persoon begeleidt. Bepaal eerst waar de gesprekspartners zijn; alleen de bestemming noemen is niet genoeg.

Het idee

Getirmek beschrijft beweging naar de spreker of naar een plek die als referentiepunt dient, zoals het huis van de luisteraar: Akşam sizdeyiz; tatlıyı ben getireceğim. Met götürmek neem je iemand of iets vanaf dat punt mee naar een andere plek. Beide werkwoorden kunnen dezelfde bestemming noemen, zoals het kantoor in de tabel. Het gezichtspunt bepaalt de keuze, niet de afstand of het vervoermiddel. De gelinkte werkwoordpagina’s behandelen de vormen.

Patronen vergelijken
getirmekgötürmek
Buradayım. Çantayı buraya getir.Buradayım. Çantayı oraya götür.
Ben ofisteyim. Dosyayı ofise getir.Ben evdeyim. Dosyayı ofise götür.

Voorbeelden

  • Şu sepeti buraya getir.Breng die mand hierheen.
  • Bu bavulu oraya götür.Breng deze koffer daarheen.
  • Kardeşini de buraya getir.Breng je jongere broer of zus ook hierheen.
  • Ben ofisteyim; dosyayı bana getir.Ik ben op kantoor; breng het dossier naar mij.
  • Ben evde kalıyorum; dosyayı ofise götür.Ik blijf thuis; breng het dossier naar kantoor.
  • Akşam sizdeyiz; tatlıyı ben getireceğim.Vanavond zijn we bij jullie; ik neem het toetje mee.
  • Akşam komşulara gidiyoruz; tatlıyı ben götüreceğim.Vanavond gaan we naar de buren; ik neem het toetje mee.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Getirmek betekent niet altijd beweging naar de plek waar je nu staat. Tegen de gastheer van vanavond kun je zijn huis als referentiepunt nemen en getireceğim zeggen. Ook de bestemmingsuitgang in ofise bepaalt op zichzelf niet welk werkwoord je kiest.

Probeer het zelf

  1. Ik ben in de keuken, jij in de woonkamer. Kies het bevel waarmee het glas naar mij toe komt. Ben mutfaktayım, sen salondasın. Bardağı buraya ___. (getir / götür)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    getir

    getir: het glas moet naar de keuken komen, waar degene die het bevel geeft wacht. Buraya duidt die bestemming aan als “hierheen”.

  2. Ik blijf thuis, jij gaat naar de bibliotheek. Kies het bevel om het boek daarheen mee te nemen. Ben evde kalıyorum, sen kütüphaneye gidiyorsun. Kitabı kütüphaneye ___. (getir / götür)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    götür

    götür: het boek gaat weg bij degene die thuisblijft en gaat met de luisteraar mee naar de bibliotheek. Die is in deze situatie een andere plek.

  3. Je spreekt met de gastheer over vanavond bij hem thuis. Kies het werkwoord vanuit zijn gezichtspunt. Akşam sizdeyiz. Tatlıyı ben ___. (getireceğim / götüreceğim)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    getireceğim

    getireceğim: je spreekt de gastheer aan, dus de aankomst van het toetje bij hem thuis is het referentiepunt. Je hoeft daar nog niet te zijn.

  4. Er is geen referentiepunt gegeven. Beide opties zijn mogelijk: schrijf er één en leg uit waar het kantoor ten opzichte van dat punt ligt. Dosyayı ofise ___. (getirdim / götürdüm)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    getirdim / götürdüm

    getirdim / götürdüm: bij getirdim is het kantoor het aankomstpunt dat in het gesprek centraal staat; bij götürdüm is het een andere plek waar het dossier naartoe is gebracht. Zonder context kunnen beide.

Gebruik het vandaag

Beschrijf het meenemen van een boek van huis naar een café tweemaal: tegen iemand die thuisblijft en tegen een vriend die in het café wacht. Gebruik götürmek en getirmek en vermeld waar iedere luisteraar is.